Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aardkorst om en ergeren en verheugen zich over dezelfde zon. Dus één van beide: ofwel uw beeldspraak gaat niet op, ofwel het is met ons tegenover-elkaar-staan niet zoo erg, als ge wel meent. Ziet u, waarde doctor, ik ken u misschien al langer en beter, dan u weet. Ik heb een heele boel van uw verhandelingen gelezen. Ik weet, wiens leerling en vereerder u is. Ik ken zoo tamelijk wel de meeste van uw opvattingen omtrent de dingen dezer wereld. En het heeft me altijd recht veel genoegen gedaan, vele dier opvattingen te kunnen deelen. U hebt een lans gebroken voor de realistische poëzie, voor het bevoorrechten der natuurwetenschappen op onze hoogeronderwijs-inrichtingen boven de klassieke studiën, voor allerlei sociale ideeën, voor moraalphilosophie, die zich vrij maakt van de kerk. En bij deze wapenfeiten kan ik zeggen dat we, hoewel elkaar niet kennende, wapenbroeders waren, al kom ik dan ook sinds vele jaren ten opzichte van deze dingen niet meer in onmiddelijke aanraking met de publiciteit en de pers. En daarom deed het mij hartelijk genoegen u heden te ontmoeten; men kan immers ook op een carnavalsfeest met elkaar kennis maken, waarom niet! Maar wat ben ik in uw oog? De graaf van het platteland, wiens titel voor u, voor zooveel ik u ken, volkomen terecht niets anders dan een ijdel etiket is, dat onze onbekende wereldbouwmeester heel onachtzaam nu eens op Rüdesheimer, dan op Grüneberger of appelwijn plakt. Sedert ik u nu gezegd heb, dat spiritisme voor mij méér is dan een zot kinderspel, sta ik bij u in een heel slecht daglicht. Ge werpt me onbezien in een kast bij de schoone zielen onder mijne standgenooten, die geld genoeg hebben voor spleen en het dus niet in den haak zouden vinden, als ze niet ernstig een of andere soort daarvan uitzochten. We gaan nu naar café Bauer, drinken daar zwarte koffie of mélange, en daar we niet meer willen spreken over spiritisme, praten we over allerhande uit het grootestads-jongezellenleven, over fameuze meiden en allerlei dergelijke fameuzigheden, misschien kent een van ons een nieuwe ... of zoo iets, en dan gaan we allebei naar huis en morgen laten we ons rad verder rollen en vergeten elkaar zóó radikaal, als men iedereen vergeet, die een oogenblik met ons samen opgeloopen heeft. Heb ik gelijk of niet?

Er lag zulk een gezonde humor en zulk een onmiskenbare waarheid in zijn woorden, dat ik niet anders kon dan lachend antwoorden, dat hij zeer zeker gelijk had en

Sluiten