is toegevoegd aan uw favorieten.

De godin van het licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik, toen we sociale vragen aanroerden, het zeldzame schouwspel van een persoon, die zich boven standsvooroordeelen verheven had en die, wat nóg opmerkelijker was, daarbij niet ziekelijk deed tengevolge dier innerlijke tegenstrijdigheid, maar op vasten bodem stond. Onwillekeurig ging ik hem nu opmerkzaam waarnemen. Onze gedachtensferen waren een heele pooslang volkomen harmonisch; we voelden elkaar als kameraden in den geestesstrijd. En eerst toen de hel verlichte vensters op de tweede verdieping, waar de graaf zijn appartementen in de stad had, voor ons opdoken, moest ik me haast geweld aandoen om me te bezinnen, dat het woord «spiritisme» voor altoos een diepe kloof tusschen ons vormen zou, die mijnerzijds niet te overbruggen was.

Een bediende met grijzenden baard, die blijkbaar op de komst van zijn heer gewacht had, opende de gangdeur, toen hij onze schreden hoorde. In een groot vertrek, tegelijk salon en studeerkamer, brandden alle luchters en wierpen haar stralend licht op het niet pronkerige, maar schoone interieur. Op den vloer lag een zacht tapijt, aan de muren hingen een paar kopieën naar aquarellen van Hildebrandi in breede, vergulde lijsten; langs bijna de geheele lengte van een der wanden liep een driedeelige boekenkast van diepzwart hout, de boekenrijen verborgen achter smaragdgroene zijden gordijntjes. In den hoek stond bij een der beide vensters een eenvoudige schrijftafel, waarop een paar vellen van een manuscript lagen. In het midden stond een gewone salontafel met donkerrood zijden kleed; sofa en zetels waren van rood pluche. Over het geheel een veelkleurig plafond, dat met zijn zware ornamenten de kamer lager deed schijnen dan ze was. Stellig met het oog op den laat thuiskomenden bewoner, stond op een stoel voor de tafel in het midden, in blanken metaalglans als een antiek mengvat, een zilveren champagnekoeler en uit den miniatuurgletscher erin wenkte verlijdelijk een flesschenhals. Op het zijden kleed daarnaast stond de bijbehoorende zeegroene roemer en bovendien een klein kistje met verguld beslag, twee photografieën in eenvoudige lijstjes en een rookstel uit donkerbruin hout met twee Japansche schalen. Een lichte sigarettengeur hing over dit alles als de adem van den bezitter.

— Ge ziet, mijn waarde, zei de graaf, terwijl de oude dienaar zwijgend een tweede glas bij het andere zette, de eenige omstandigheid, die door uw vriendelijk meekomen gewijzigd wordt, bestaat hierin, dat we nu samen een flesch