Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zoeken is naar het begrijpen van dit leven dan gij.

De glazen stieten aan. Wanneer dat, wat ik hooren ging, ook zoo helder als goud en zoo naar het hart gaand was, als deze ijskoude, oude wijn, dan was het stellig wel het offer van een uur slaap, van een uur plantenleven waard. De dienaar had ons verlaten. In huis was alles doodstil. De lichtkroon goot haar schijn stil en stralend over de dingen om ons heen, alleen de blauwe wolkjes uit onze sigaren vormden daar langzamerhand een etherblauwen sluier tusschen.

De graaf keek naar het bont beschilderde plafond, waar een licht gesluierde vrouwenfiguur onbewegelijk op een bol zweefde.

— Laat ik u van te voren nog één ding zeggen, vriend. Het doel van mijn verhaal is niet u iets te leeren, noch u te bekeeren. Misschien zult u, wat ik u zal vertellen, nog wel eens benutten voor een krantenartikel. Met als opschrift: Van de dwaasheid der menschen. Dat is mij onverschillig. Ik vertel het, omdat de dwang der herinnering mij heden toch aan deze dingen deed blijven denken. Uit egoïsme, zooals ik u reeds zeide. Hoe u er over denkt, dat maakt niets ongedaan of ongedacht, wat ik doorworsteld heb in smart en in zaligheid. Ik wil u ook op dit oogenblik niet zeggen, wat spiritisme is, wat de essence is van zijn theorie, hoe ik en anderen, die zich — dwalend of op waarheid bouwend — uitgebeeld hebben. Ik vertel u, hoe ik spiritist geworden ben, hoe het kwam, dat dit woord ten slotte een oplossing, de eenige oplossing van een zielestrijd werd, waarin het gold: «te breken of te sterven.»

Terwijl hij dit zeide, ging mijn oog over de voorwerpen op het donkerroode tafelvlak. Zonder het te willen, bleef het, bij dit rondzien, rusten op de beide photographieën, die toevallig beide in volle belichting naar mij toegewend waren.

Het waren twee vrouwenkopjes: een smal gezichtje met eenvoudig opgemaakt haar; deze photographie was zeer vaag, zeer verbleekt. Toch lag er in die trekken nog de onmiskenbare betoovering van jeugdige liefelijkheid; de vastgesloten lippen schenen nog niet vaak gekust te hebben; er lag verwantschap in met Thérèse, niet in de vormen, maar in de uitdrukk ng.

En het andere portret was een prachtig, warm gezicht, «net dichte, gekrulde lokken op het voorhoofd en met trotsche buste, de oogen wijd geopend, met zeldzaam groote opening in de pupillen, een wonder gelaat, dat men stellig niet licht

Sluiten