Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

anneer ik de graaf was, zooals die in de boeken beschreven wordt, en gij, waarde doctor, een op buit beluste oudheidkenner, dan zou ik beginnen

met namen en data, met Ghelfen en Ghibellijnen, met leenrechten en oorkonden en alle mogelijke historische snorrepijperij, zooals die in dichte stofwolken zelfs uit de geschiedenis der kleine graafschappen aan de Spree opstuift. Dat alles heeft voor mij geen de minste waarde. Onze tijd gelooft niet meer aan blauw bloed, zij gelooft alleen aan rood bloed, dat ijzer houdt. Mijn vader was op zijn manier al één zonderling; van al de aristokratische vormen van spleen zijner voorvaderen, had hij er zich eigenlijk maar op een toegelegd: evenals zijn vriend en buurman in Muskau, hield hij zich bezig met tuinbouw. Wanneer ge bij gelegenheid eens met mij onder de heerlijke boomen van mijn park-eiland wandelt, dan zult ge zien wat hij was en wat ik en de wereld van hem als nalatenschap ontvangen hebben: een oord vol groene boomen, een paradijs als de menschen erin gelukkig zijn; een sombere offerplaats, wanneer bloedende zielen daaronder wonen. Ik heb in veel verschillende stemmingen onder die boomen gewandeld. De stemmingen bracht ik mede, die moest ik zelf maken, de plek weerspiegelde die dan, maar voegde er niets aan toe. En evenals deze plek, is ook mijn afkomst niets geweest, dan een op zich zelf waardelooze coulisse, die nooit een beslissende wending aan mijn leven gegeven heeft. Wat ik in dit leven meebracht was een beetje oppervlakkige beschaving, die eindelijk haar hoogtepunt bereikte in een reeks doellooze en onnutte boemel-semesters aan de hoogeschool, steeds gedragen als ik werd door het bewustzijn, dat ik toch niets behoefde te doen, dat de arbeid van oude eeuwen toch haar vruchten afwierp in mijn zak, zonder

Sluiten