Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altoos veeleer een voorwerp van waarneming dan van genot. Er stak in mij een jagersluim, die mij het wild eer deed beschouwen als zoölogische studievoorwerp dan als gebraad. Ge zult dat begrijpen ook zonder dat ik daar verder over uitwijdt. Zulk een vrouw, die ik drie maanden lang gehad had, trof zelf eens bij instinkt den spijker op den kop, toen ze tot me zei: — Je bent niet zooals die en die, je kunt een mensch nieuwsgierig een heelen avond lang uithooren als een politieagent en daardoor vergeten me een kus te geven. Wat wii je eigenlijk van ons? — De hemel mag weten, wat ik wilde. In ieder geval leerde ik van allerlei. Het woord van den den grooten dichter zegt, dat de vrouw de wraak is van het volk op de rijken, dat ze tot hen opstijgt als een vampier, die ze bedwelmt en dan vergiftigt. Van dat vergiftigen in den gewonen zin des woords heb ik niet veel gemerkt, aan het sprookje dat de heele mensch noodwendig ten gronde moet gaan door een paar vluchtige amourettes, geloof ik heden niet en geloofde ik toen eerst recht niet. Maar door den omgang en de daarbij komende voortdurende waarneming heb ik voor 't eerst een en ander geleerd betreffende de lagere volksklassen. Met de vrouw, die zich aan mij overgaf, deelde een letterlijk nieuwe wereld, die mij tot dusver totaal vreemd geweest was, mijn leven. Daar ook de meer verwende op de erotische jacht niet altijd het boudoir van een rijk onderhouden balletdame ziet, maar bij gelegenheid ook wel eens vier of vijf trappen hoog moet klimmen naar het trieste kamertje van de armoe, kwam ik juist op deze manier en door de vrouw altoos vaker in deze onderwerelds-afmosfeer. Ik leerde al het mogelijke, niet alleen van de moreele laagheid dier wereld (die was bij ons daar omhoog bij slot van rekening even erg, en nog wel erger), maar vooral de stoffelijke nooden. En ik gevoelde daarbij, wat een waarnemer voelen kan, maar een genotzoeker niet voelen mag: ik gevoelde medelijden. In den beginne meer bij wijze van een afwisseling, een voorbijgaand verschijnsel dat aan het genot gepaard ging, later meer en meer als een beletsel voor het genieten. Deze arme meisjes, die jaar in jaar uit bij heele scharen en alleen ten gevolge der sociale misstanden in de arena der bovenste, betalende gcnotwereld gedreven werden, begonnen voor mij in plaats van «mooie» en «fameuze» meiden, in allen ernst arme meisjes» te worden. Het goud, dat ik haar gaf, dacht me niet alleen meer een betaling te zijn, maar ook een aalmoes, een soort verschuldigde schatting, die wij daar

Sluiten