Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eergierig apostel, ten slotte een gek, een twijfelaar en in zekeren zin een afvallige werd.

De graaf zweeg even. Een dichte blauwe damp hing in het vertrek. Terwijl mijn sigaar ten slotte uitgegaan was, had hij bijna ieder zijner statige zinnen, die hij zoo vlot voordroeg, alsof hij ze voorlas uit een zorgvuldig gecorrigeerd manuscript, besloten met een flinken trek en het krachtig uitstooten van een kleine rookwolk. Zijn oog bleef naar het plafond gericht, hij sprak, alsof hij alleen was. De tastbare beelden schenen voor zijn oog te staan. Zijn vertelling gaf er slechts den zwaren gedachteninhoud van weer.

— Dat was een wonderlijke tijd, ging hij eindelijk voort. Wanneer het geluk alléén de maatstaf ware van de waarde van het leven, het persoonlijke, aardsche geluk, dan waren de eerste vijf jaren mijn beste, mijn schoonste tijd. Onder een eenvoudigen, burgelijken naam werkte ik in België en in Zwitserland. Ik geloofde een groote, heilige zaak te dienen. De zin voor het militaire, het organisatorische, die in mij stak, kwam tot zijn volle recht. Ik meende op eens geestelijke vermogens in me te ontdekken, die ik nooit in me vermoed had; langen tijd bleef ik blind voor het feit, dat het zoo gemakkelijk is geestelijk vorst te zijn te midden eener onbeschaafde massa, al is men ook maar heel matig bedeeld met wijsheid, wanneer men maar een beetje eigenzinnigheid en wat zelfvertrouwen heeft. Ik droomde den grooten, grootsten, heerlijksten sprookjesdroom van onzen niet realistischen, maar in waarheid hyper-idealistischen tijd mede: den droom van het tegenovergestelde van macht bij de genade Gods: den droom van de heilige missie van den arbeider. Van de verlossing der wereld door een reusachtige, zuiver sociale daad. Van een komend, ongehoord, nog nooit bestaan hebbend geluk der menschheid, tengevolge van een fundamenteelen ommekeer in de gezamelijke betrekkingen tusschen loon en arbeid. Ik droomde dien droom mede, oprecht en eerlijk, en, ten minste in al de goede oogenblikken, waarin niet mijn erbarmelijke eerzucht me meesleepte, heel onbaatzuchtig. En nog heden verheug ik mij, dien droom meegedroomd te hebben. Want eerst deze, naar ik nu zeg: eenzijdige en onbevredigende oplossing van het vraagstuk heeft me een idee gegeven van den drang naar verlossing van onzen tijd, van het onmetelijke heimwee van milioenen harten naar een daad, die troost geven zal in de ontzettende verwarring van deze algemeene

5

Sluiten