Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ellende op aarde. Ik heb, geloovende in een antwoord, tenminste het onafwijsbare karakter van die vraag, van dien noodkreet leeren kennen — al heeft dan ook een verdere phase mijner ontwikkeling in de vijf afdalende jaren van dien studietijd mij geleerd, dat die kreet er niet alleen een om brood is, dat hij niet alleen weerklinkt uit de rijen der hongerigen, doch óók geslaakt wordt door degenen, die zich omhooggeworsteld hebben en aan hun uiterlijke positie in de groote wereld een harmonischen vorm gegeven hebben en dat de meest triomfantelijke verwezenlijking van alle socialistische, hoopvolle droomen toch in de allerlaatste instantie ook nog geen verlossing geeft.

Weer zweeg de graaf een paar minuten en stak een nieuwe sigaar aan.

Mij was het als donderde in deze bekentenissen de heele branding van den modernen geesstestrijd aan mijn oor. Maar ik begreep nog niet waarheen dat voeren zou. De socialistische oplossing was dus óók nog geen oplossing? Voor zoover dergelijke dingen binnen den kring mijner werkzaamheden vielen, had ik steeds gemeend als stond aan die zijde tenminste iets, onverwrikbaar en geweldig vast: de moed der uiterste konsekwentie. En ik hoorde nu het betoog van een man, die ook daarin niets meer zag dan een station, een vluchtig rustpnut op den weg naar het doel! Het duizelde mij.

De gloed van zijn taal sleepte me mee en beklemde me tegelijk. Een oude angst werd in mij wakker voor zulke naturen, die bij het vertellen hun ervaringen omhullen met al het klatergoud der rhetoriek, bij wie hun eigen herinneringen den vorm van een gedicht aannemen. Maar het nachtelijk uur en de wijn misten ook hun uitwerking niet en maakten mij ontvankelijker dan ik anders misschien zou geweest zijn.

— Vijf jaren waren om van den hoopvollen strijd. Ik leefde in Noord-Amerika, was er een nieuw mensch. Ik was in waarheid de kameraad geworden der geknechten en verstootenen. De arbeider in zijn kiel drukte me de hand, het arme schoone meisje, de dochter des volks, steeg niet meer in mijn schitterend salon op als het mene-tekel van een vretmde onderwereld, ik woonde nu naast haar kamer, ik sliep op een grof leger evenals zij, ze was niet meer het speelgoed voor een verloren uurtje: iedere minuut was zij nu mijn zuster, mijn medestrijdster, zij die eenmaal met mij verlost zou worden, als de groote dag daar was.

Sluiten