Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En daar is dan ook — in het vijfde jaar — midden uit deze wereld, waarmee ik nu zoo innig vertrouwd was, voor de eerste en eenigste maal ware vrouwenliefde mij tegemoet gekomen — naast het restje bevredigde eerzucht was dit het eenige individueele, dat deze tijd van zelfverloochening en strijd me gebracht heeft.

Het was een eenvoudig arbeiderskind. Zij was mijn vrouw zonder priesterzegen. Haar ruw handje streek over mijn wilde lokken, wanneer ik thuis kwam uit de arbeidersvergadering. Zij alleen wist echter ook, wie ik eigenlijk was.

Doch dat is voorbij, dat is gestorven. Deze liefdesgeschiedenis staat trouwens ook verder in geen verband tot wat ik u vertelde. Ik gebruik haar slechts als chronologisch moment. Met het einde van dezen roman, met den dood mijner vrouw, begon namelijk ook een langzame, maar onafgebroken krisis in mijn geestelijke ontwikkeling.

Er was een uur — ik vat het nu romantisch in één te samen, maar in waarheid was het een reeks van vele uren, welker uitkomsten zich aaneenvoegden en ten slotte een benauwende eenheid vormden — er was een uur, zeg ik, dat mijn geest bestormd werd door argumenten, waaraan ik me niet kon ontrekken. Ik was in de groote, socialistische beweging getreden met het stille geloof, dat die oplossing waarnaar wij streefden, spoedig tot werkelijkheid zou worden, nog onder deze zelfde leiders, die ik vereerde en wier plaatsvervanger ik was, nog bij dit geslacht, dat mij met onzegbaar medelijden vervulde. Evenals de eerste jongeren der christelijke gemeente zag ik daarna dien tijd zich rekken tot aan de komst van het eeuwig rijk, ik hoorde op eenmaal een gemompel van stemmen, dat zeide: wat wij hier grondvesten, daarvan zal geen in deze felbewogen menigte onzer aanhangers meer getuige zijn; het uur komt, maar het komt laat, goed werk eischt tijd om te worden, niet twee, misschien tien, misschien twintig geslachten zullen nog wegteren in gejammer en gelatenheid, eer de ketenen breken, eer de werkelijke verlossingsdag komt. De dwaze eerzucht verdween bij deze erkenning en dat was goed. Maar opnieuw, hoe meer ik tot de erkenning van deze waarheid kwam, hoe meer ik zelf in woord en geschrift steeds heftiger opkwam tegen de woeste oproersapostelen van het oogenblik en den dag der bevrijding uitstelde tot een verren tijd, waarin hij komen moest als de oogst na een onmetelijken, vreugdeloozen arbeid, greep medelijden mij aan met dit tegenwoordige geslacht en met al die nog komende geslachten ante festum

Sluiten