Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijden met mijzelf; ik begreep nu dat een reine ziel, gelijk Christus, had kunnen zeggen: — Ik ben de menschheid; haar kruis is mijn kruis. Alleen had die milde man er het betere aan toe kunnen voegen: — Het leed dezer menschheid is mede overwonnen in mij, mijn troost is ook haar troost. — Hij had een troost gevonden, ik vond er geen.

De herinnering aan dien zielestrijd scheen den verteller zeer te ontroeren, zijn oog, dat zoo lang stil omhoog geslagen was, dwaalde nu ongestadig her- en derwaarts, zijn stem klonk hol. Hij moest toen ziek, heel ziek geweest zijn, dat gevoelde ik duidelijk. En tevens voelde ik ook, dat hier een dolende geest den ondergang toch nog heel wat meer nabij geweest was, dan ik heden. Waar de beslissende scheidingslijn tusschen ons beiden lag, daarvan was ik mij niet zeer helder bewust, maar ik wist, dat die lijn reeds overschreden was. Het waren mémoires van een vreemde, waarmee ik nu kennis maakte, al was het in ieder geval een grootere dan ik.

— In die dagen juist voelde ik mij vaker dan anders aangetrokken tot die eenvoudige, ongeëvenaarde litteraire gedenkteekenen, die men Evangeliën noemt, en dit door het verwante erin, in weerwil van den ontzaggelijken afstand in tijd, grootte en ontwikkeling. De troost, dien zelfs een zoo diep denker als Tolstoy erin gevonden heeft, in een toestand, die den mijne nabijkwam, vond ik er zeker niet in. Mijn moderne beschaving worstelde te diep in mijn wezen, dan dat ik den verlossingsdroom nog eenmaal op dezelfde manier had kunnen drootnen als vóór achttienhonderd jaar die machtige geest aan het Jordaanstrand. De mythologie van het oude testament ontbrak mij. De harde willekeur der natuurwetten drukte te zwaar op mijn geest, dan dat mijn gemoed ontvankelijk kon zijn voor de leer: God is liefde, hij bemint u als een vader. Er leefde een tooneel in mijn herinnering, 't welk dit tot een holle phrase maakte...

Maar dit feit zag ik toch steeds weer voor me: dat toentertijd werkelijk een mensch verstaan had de wereld voor langen tijd een troost te geven en telkens opnieuw vroeg ik mij af: Hoe slaagde hij daarin? Lag de troost eenvoudig in het omkeeren van de stelling: de aarde is een tranendal? in het onbegrijpelijke en toch geloofde: juist de opperste smart is het ware geluk, is de duurzame verlossing? Hebben de jongeren van het nieuwe geloof: de zwakke grijsaards, de vreugde-in-het-leven-hebbende mannen, de sidderende meisjes alleen gesteund op dezen onzin, op dit

Sluiten