Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzijschuiven van alle logica, op dezen oppersten triomf der gelatenheid, als zij tusschen de tijgers en de hyena's in de bloedige arena traden? Stellig niet. Was het alleen de sociale gedachte, die opgesloten ligt in het voorschrift: gij zult uw naasten liefhebben als u zelf, die de rijken hun brood deed breken met de armen zonder onderscheid? Neen, ook dat was nog niet alles. In spijt van al zijn theoretisch overwinnen van de smarten door die monsterachtige omkeering van wat logisch volgt uit de lijdensgeschiedenis der menschheid, had de wijze uit het evangelie toch ook zelf gezucht onder den geesel, zich in pijn gewrongen aan het kruis, in spijt van alle sociale toezeggingen, waren de machtigen der aarde nog sterk genoeg geweest hem zelf aan dat kruis te slaan; wanneer hij het type geweest ware van den mensch door alle tijden, de mensch, waarin de menschheid leefde, dan was toch zijn leven op aarde slechts een beeld, maar troost gaf het niet. Neen, iets anders had machtig geleefd in zijn jongeren, als zijn wezenlijke, troostvolle nalatenschap: een nieuwe, oneindige, de wereld beroerende wetenschap, die zij meenden te bezitten, de wetenschap: dit persoonlijke leven is niet het einde, maar slechts een begin geweest; in een wonderbare, alle wijsheid tot schande makende physieke daad is deze mensch opgestaan uit den dood en door deze daad heeft hij ons allen de zekerheid gegeven, dat ook ons leven, het leven van den zwakste en den onwaardigste, niet afgesloten is na deze korte spanne van smart — dat de dood geen vernietiging is, maar een ontwaken, een opgaan juist van de zwaarst beladenen naar verzoenende vreugde, een ware verlossing, die ieder verwachten kan. Niet de smart is terzijde geschoven door dien zoogenaamd opgestanen Heiland, maar de dood. Hij heeft het leven opwaarts gevoerd in een nieuw licht. Hij heeft, en dit was ten slotte de kern van dat alles, een opening gebroken in het vernietigende mechanisme der natuur. Zijn troost was niet een geloof geweest, geen logische gevolgtrekking, geen nieuwe wijsbegeerte, doch een weten, een feit, dat der wereld gegeven werd: het feit van een deugdelijk bewezen voortbestaan van de ziel na den dood en wel van een zalig voortbestaan voor wie deugdzaam geleefd hebben.

Dit alles werd mij, naarmate ik mij meer verdiepte in deze dingen volkomen duidelijk. Maar tegelijkertijd zag ik ook met diepe droefheid, hoe weinig wij heden geholpen waren, met deze openbaring uit de eerste eeuw. Deze tijd

Sluiten