Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhief zich een eenzaam zwart kruis. Het was het kerkhof van de Georgische gemeente, dat daar achter die takken lag. Ik hoorde reeds hier en daar het geluid van vogelstemmen, dat licht gonsde als de droomgeluiden van de nevelig grijze boschjes. Doch als een bedwelmende wolk steeg uit dat heele, plechtig verlaten landschap de warme

eur van ae in aen aonKeren aoolnor onzichtbaar Dloeiende Daansche vlier en dat was als een wilde levensadem, die

opsteeg uit de graven der ontslapenen en die iederen nacht op dit uur over de geheele stadswijk, zweefde en, als eischte ze toegang, om de sluimerende, mat glinsterende vensters der levenden streek.

— Zie daar eens heen, daar ligt het raadsel der menschheid. Antwoord eens aan den arme en belaste, die vraagt: waartoe moet ik lijden, waarvoor kwel ik mij af? antwoord hem eens: — opdat uw lijf eenmaal stofenasch zal worden, opdat gij eenmaal zult uitblusschen als een licht, zonder verzoening, zonder loon, zonder antwoord en en zie hem dan in 't gelaat of dit weten een troost voor hem is. Het kan zijn, dat de rijke weinig vraagt naar een hiernamaals, naar het sterven of dat hij althans den tijd heeft, zich diets te maken, dat hij er niet naar vraagt Maar ik ben op dit punt, waarde vriend, nog altoos de oude socialist, die denkt aan de arme menschen. En bij slot van rekening, moeten we, als we eerlijk zijn, erkennen, dat we op deze plaats allen arm zijn! Nu dan,ga naar den moeden zoon dezer aarde en zeg tot hem: — draag uw lot, droom dien zwaren droom zoo goed ge kunt, er komt een ontwaken en dan wordt alles anders, en dat is geen zinledig fabeltje, opgewekt door het heimwee naar een voortbestaan, maar het is bewezen door de natuuronderzoekers, door dezelfde menschen, die ge toch reeds zoo hoogachtet en vereerdet. Geef dezen troost aan de moeder, wanneer haar kind wegzinkt in de zwarte groeve, aan den man, die zijn trouwe gade, aan de vrouw, die haar verzorger en beschermer verlaat om de donkere reis te aanvaarden, daar ginds heen. — O, geloof me, geloof me toch, er zijn voor onzen tijd machtige bewijzen noodig voor het weten: geen troost van oude godsdiensten kan meer helpen; te ontzettend is de vertijfeling, is het leege beeld van verbleekende beenderen, van de menschenverslindende aarde als afsluiting voor al het aardsche in het hart der menschen ingegroeid. De bevrijdende daad, die hier komen zal, mag geen spinrag van gedachten zijn, het moet een werk zijn, een ding, dat

Sluiten