Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichte coupé geleund, door de verlaten straten rolden, ook nu nog altijd omgeven door den geur van vlierstruiken, zweefde als een snel verdwijnend visioen Thérèse's beeld aan mijn geestesoog voorbij: Ik zag een schreiend meisje, dat voor het venster stond, alleen achtergelaten in haar arm, klein kamertje, waar de zoete geur van gebak en Meiwijn maar niet uit weg wilde trekken en steeds verlangender naar haar opsteeg, als begrepen die smakelijke dingen zelf niet, waar de jarige bleef...

Maar dat was al vele uren geleden, verzuimd bleef verzuimd, ik zou haar immers schrijven... En dit beeld bezat feitelijk geen macht over de stemming van dit oogenblik, als een laatste nevelstrook van den wild bewogen lentenacht, verdreven door den zonnigen ochtend, verloor het zich. Maar uit den blauwen hemel, uit het donkerblauwe pluche van den wagen, uit den grauwblauwen rook onzer sigaren, overal glansden, groot, donker en geheimzinnig twee diepe, stralende sfinxoogen, oogen, van welke ik niet geloofde dat ze het raadsel van den dood zouden oplossen, maar waarin ik reeds nu iets anders vermoedde, iets wellicht even wonderbaars: een gloeiend raadsel des levens.

Sluiten