Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veranda verborgen waren, het doffe stampen van de oliepers en het knarsende geluid van de zaagmachine in een onophoudelijk dof accoord klonken; soms, wanneer een kleine deur open ging, fonkelde op eens het kolossale scheprad, dat de beweegkracht leverde voor het drievoudig bedrijf, als een zwartachtig, met dauw bepareld monster uit zijn hol te voorschijn. Rechts stond een groote schuur met witte houten wanden, boven aan de nok waren twee lompe, houten slangenkoppen. Op den achtergrond stond een klein, vriendelijk heerenhuisje, geheel en al omsponnen van wilden wingerd, de zon scheen met hellen glans op de roode dakpannen. De vierde zijde van het erf gaf een vrij uitzicht over het kanaal op het ver uitgestrekte, lage struikgewas, heel in de verte was een geelachtig dak, daarnaast drie hooge, eenzame populieren in matte zilverschemering; in de lage elzenstruiken half verloren stonden twee bruine hooischelven, die met haar wonderlijken peervorm aan de hutten van Australische inboorlingen deden denken, rondom de moerassige weide, één tapijt van louter bleekroode bloemen. Het kanaal zelf weerspiegelde den helderen hemel, er lagen een paar reusachtige boomstammen in met diep ingekorven schors, het gedeelte, dat er van onder water lag, liet vleeschkleurige tinten doorschemeren. Een weinig verder brak, onder de schommelende planken van een brug de lichtblauwe reflex van het opgestuwde, diepere water met een scherpen kant af en een rij dunne witte straaltjes vormden een zacht piassenden waterval, die onophoudelijk lange, draaiende, elkaar grijpende schuimstreepen stroomafwaarts zond.

De herberg was hier maar bijzaak en het duurde vrij lang eer een meid op bloote voeten, met een vuilen rok en slaperig-listige Wenden-oogen ons twee hooge literglazen vol kleverig-zoet wit bier bracht. Hoewel het gelijkmatige, doffe dreunen der machine bewees, dat er binnen in den molen druk gewerkt werd, bleef het groote erf hierbuiten al dien tijd als uitgestorven. Een schaar duiven koesterde zich op den bovendrijvenden kiel van een transportsloep in het midden; een paar gele cochinchina's stapten langzaam en deftig tusschen de bergen versch gezaagde, sterk geurende planken; een mager varkentje kwam snuffelend aan en liep toen op hooge beenen in snellen zigzag weer weg. Tusschen het stooten van de stampers door, hoorde men een paar maal het schrille lachen van de meisjes, die bij de oliepers aan het werk waren, eenmaal trad uit de

Sluiten