Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag het er, zooal niet spookachtig, dan toch recht «vrouwelijk» uit. Op de marmeren tafel lag een haakwerkje en een Fransche roman, opgeslagen met den stroogelen omslag naar boven, Daudet's Sapho, zooals ik in 't voorbijgaan opmerkte. Wie zwelgde hier, waar men zich naar ik meende alleen bezig hield met Pschipolniza en het diepste wezen der mystische philosophie, in deze warmste, bitterste en meest waarachtig menschelijke van alle mondaine liefdesromans'

Lag tusschen al die kerkhofrozen hier buiten toch ook nog een echte, met rozen omkranste hartesphinx? Witte treden voerden ons uit de veranda naar een smalle brug met dof verguld hekwerk. Aan gene zijde van den blauwen waterspiegel — het park was een afgesloten eiland op zichzelf — welfden zich even als voor het front van het slot, groote schaduwrijke kastanjeboomen, van wier donkergroene kruinen de purperroods bloesempyramiden tot bijna op den anderen oever afdaalden. Van de boerderijgebouwen zag men aan dezen kant van het heerenhuis niets; het park sloot het als een natuurlijke muur voor de heele profane wereld af.

Toen we, na de brug overgegaan te zijn, het eerste roodachtige voetpad in wilden slaan, dat door het kreupelhout voerde, kwam ons, behagelijk slenterende, een kleine meisjesfiguur met vollen boezem tegen, het lieve gezichtje was, wat de wenkbrauwen en de fijne krulletjes van de korte goudblonde lokjes op het voorhoofd betrof, ietwat gekunsteld ..., in de oogen zelf was bijna geen wit te bespeuren, en ze leken wel wat op een paar zwartbruine glaskralen, de heele figuur was losjes en toch verleidelijk sierlijk ingepakt in een blauw-geel-rood gestreept Engelsch zomercostuumpje, waarover een vlammende bordeaux-kleurige parasol een lichten glans wierp.

— Bonjour, heer graaf, reeds terug? En brengt u bezoek mee? Wie is onze gast?

Zij zei dat zonder eigenlijk bij ons to blijven staan, reeds half in't voorbijgaan. De graaf noemde mijn naam, ze maakte een lichte buiging, nam mij een oogenblik scherp op en was meteen reeds weggefladderd. Het hoofd even omwendend, riep zij ons nog na: — Miss Lily wacht u bij het meer.

— Mejuffrouw Ernestine Cussac, de gezelschapsdame van Miss Jackson, zei de graaf tamelijk droog, zonder zich verder over haar uit te laten.

Dus weer een ander type uit deze wereld. In de

Sluiten