Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En bij wijze van toelichting wees hij met de hand naar een kleine houtsnede in een eenvoudig lijstje, die op een verloren plekje tusschen de wilde jachttrofeeën aan den muur hing. Men zag de mystieke dame, die zelfs een man als David Strausz tijdelijk betooverd had, en voor wie de dikke doctor en poëet uit Weinsberg, Justinus Kerner, door het vuur geloopen zou hebben, in een schets van Gabriel Max: een wondervreemd, aan Dante herinnerend, ascetengezichtje dat, zooal niet van gene zijde der grafs, dan toch uit heel ouden, lang vergeten tijd scheen te stammen en voor den duur van haar korte, anachronistische tweede existentie niet eens het doodsgewaad afgelegd had. Was er een of andere band tusschen deze bescheidene vreemdelinge op aarde, dien witten vlinder met gebroken vleugels, na wier droomend gestamel de heele wereld al lang weer tot orde van den dag was overgegaan — en deze Lilly, die daar met haar ellebogen op tafel zat en tot den kleinen dichter, die haar wijn inschonk, zeide: — U is onuitstaanbaar, mijnheer Walter, u leert uw heele leven niet, dat Lilly alleen rooden wijn drinkt en heel geen witten en dat ze zooveel drinkt, als zij dat verkiest en niet altijd dadelijk haar glas weer vol gegoten wil hebben.

Overigens was de keuken van den graaf zoo uitstekend, dat men het er best bij uithouden kon. Ik verdacht er onze zieneres zelfs van dat ze als plaatsvervangster ook voor al de geesten in huis at, want ze toonde een verbazenden eetlust. We dronken koffie op de veranda, nadat onze beide jonge dames zich bescheiden teruggetrokken hadden. Ook de graaf verdween na een poos. Ik raakte in een gesprek met den kapitein, de schilder hoorde zwijgend en rookend toe en wierp zoo nu en dan een blik, alsof hij wakker werd, op dengene, die in dat moment juist levendiger sprak. De heer Von Meerheimb maakte den indruk van een door en door braven kerel, maar wiens hoofd het raarste rupsennest van de wereld was. De glansperiode van zijn militairen loopbaan lag in de dagen, toen Nassau nog een aparte staat was. Na de krach van 1866 was hij in Pruisischen dienst getreden, had in 1870 meegevochten en gedeeld in den verzoeningsjubel van het opgaan in één algemeen Duitsch rijk. Maar een goed Pruisisch officier was hij nooit geworden, zijn ideaal bleef omslachtige meeningen met een afschuwelijke omslachtigheid uiteen te zetten. Eens had hij ontdekt, dat hij zich ook schriftelijk uit kon drukken. Van toen af werd het onschuldige spelletje bedenkelijker en een anonieme brochure, wier auteur toch niet onbekend

Sluiten