Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

bleef, deed hem vallen. Men behoefde zich geen groote moeite te geven om dat alles te construeeren uit de toespelingen, die hij maakte. Het spiritisme had hem al heel lang beziggehouden, naar hij zegde. In zijn diensttijd had hij de verbazendste dingen beleefd en opgemerkt. Miss Lilly was voor hem alleen maar een bevestiging. Hij zag met trotsche minachting neer op de vertegenwoordigers der exacte wetenschap, niet met de verbittering van een dilettant, maar met den glimlach van een man, die meent dat hij door zijn ontwikkelingsgang nog heel wat beter voorbereid was op scherp waarnemen dan de eenzijdige, theoretische vakgeleerden. — In zijn onvrijwilligen leegen tijd had hij ongeloofelijk veel gelezen, maar hij klaagde dat het in de wetenschap overal ontbrak aan het «organisatorische element, dat in laatste instantie toch eigenlijk alleen in den militairen dienst aangekweekt wordt». Voor vreemde woorden, vooral voor die met een abstracte beteekenis, had hij een bijna bespottelijke voorkeur, men kon hem hier echter ook niet het dilettantenverwijt maken, dat hij ze verkeerd gebruikte, daarvoor was hij veel te veel een pedant, die een heiligen ernst legde in ieder woord, dat hij in tirades vol doodelijke verveling bedachtzaam uitsprak. Zijn gedachtengangen waren evenals zijn sigaren: van een goede firma betrokken, oneindig zorgvuldig afgesneden en gerookt, verschrikkelijk lang, en vreeselijk veel rook gevend, in summa toereikend om den heelen fraaien zomernamiddag voor hun bezitter tot éénige bezigheid te dienen en het heele huis, waarin hij was, te maken tot een dampende hel, waarin eeuwige duisternis en eeuwig hoesten heerschten.

Die man bekeerde me ook al niet tot het spiritisme; ik konstateerde dat met innig welbehagen. Het avontuur, waarmee ik me ingelaten had, begon mij steeds onschuldiger toe te schijnen. Het was een aardig uitstapje en daarmee uit. Uit de kreupelhout dicht bij in het park riep de koekoek bijna onafgebroken. Somwijlen gonsde, in weerwil van den tabaksrook, een mug naar binnen en bracht onze zakdoeken in beweging. Ik hoopte, dat de graaf eindelijk zou verschijnen en mij uitnoodigen zou tot een geheimzinnige séance in de mystieke donkere kamer. Maar er ging een uur voorbij en toen hij eindelijk kwam, ontvoerde hij mij aan het bespiegelende koffie-triclinium alléén om nog een uurtje met me arm in arm door heel zijn klein koninkrijk te wandelen, vanaf het zolderraampje met het vergezicht op het weidedal tot in het verste hoekje van de

Sluiten