is toegevoegd aan uw favorieten.

De godin van het licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgestrekte boerderij naast het heerenhuis. Ten slotte stonden we weer in het park, en eerst daar, in een lommerijk pad, bleef hij een oogenblik staan, legde de hand op mijn schouders en zei, alsof het iets onbelangrijks was, dat hem nu eerst te binnen schoot:

— Overigens, mijn waarde, ge blijft toch natuurlijk van nacht bij ons? Vandaag krijgen we niets meer te zien, Lilly is niet voor morgen gereed.

Deze geestenkoningin scheen dus voor haar wonderen ook al tijd noodig te hebben, juist zooals mister Thomas. Ik twijfelde niet of ze zou vandaag nog een gelegenheid zoeken om mij héél voorzichtig even aan den tand te voelen, ten einde zich te vergewissen hoever ze met mij gaan kon. Ik nam mij voor de uiterste terughouding in acht te nemen en nauwkeurig te letten op de minste aanwijzing. Doch mijn vermoeden werd niet bevestigd.

Toen we weer in de jachtzaal terugkeerden, troffen we daar Lilly en Ernestine wel aan, maar, alsof ze 't afgesproken hadden, namen geen van beiden notitie van ons. De kleine Fran^aise las in haar citroengele Sapho, Lilly lag in het sofahoekje en rookte de eene sigarette na de andere, met zulke halen, dat de blauwe damp ze begon in te spinnen, als de cocon een zijderups. Het was eenvoudig vreeselijk, zooals er in dit huis gerookt werd. De graaf liet kostelijk Münchener bier brengen en dronk daar zelf lustig van mee. We spraken over de moderne litteratuur: de kapitein woedde tegen het Fransche naturalisme en droomde vfn een nieuwe Duitsch-nationale poezie, die het «individualistische-germanistische element in zijn historisch geconcentreerde, intellectueele potentie» tot uitdrukking zou brengen. Heer Walter pleitte voor een algemeene verzoening en verklaarde dat de ouden even goed waren als de modernen. — Maar geen drukte maken, zeide hij, het komt allemaal van zelf. Iedere goede dichter vindt ten slotte waardeering, wanneer hij slechts weet te wachten. En wat is er dan gelegen aan een paar jaar! Als men zich maar boven water weet te houden, dat is alles. — En hij nam een g: ooten slok uit zijn koele steenen kroes, waarop het wapen glansde van den man, die hem juist den kleinen vriendendienst bewees, hem boven water te houden. De graaf maakte ten slotte met een droomerigen blik, waarin menige bedrogen verwachting lag, de opmerking: — Ik geloof dat de dichters van het komende geslacht de eigenlijke dragers zullen zijn der maatschappelijke bevrijdingstheorie, en ze