Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier gekust, gelachen en gezucht hadden, al lang weggezonken naar de plek, waarvan alleen het spiritisme beweert het rechte te weten. Het was overigens treffend hoe zorgvuldig 111 dit spookslot gezorgd was alle wenschen te voorkomen^ die men maar kon denken, dat in den gast konden opkomen.' Op de ronde tafel midden in het salon stond naast een goed gevuld rookstel — natuurlijk! —een ontkurkte bordeauxflesch, als vreesde men dat 's nachts een alcoholist van dorst zou omkomen. Op de schrijftafel lag het fijnste postpapier en een inktkoker, die volmaakt het tegendeel was van zijn uitgedroogde kollega's, welke men van oudsher in logeerkamers vindt.

De graaf had me 's avonds te voren gezegd, dat ten opzichte van het ontbijt iedereen vrij was en ieder op zijn kamer kon ontbijten, als hij dit wenschte. Na een poos verscheen dan ook een bediende met een Lucullus-maal, dat me opnieuw deed begrijpen, hoe de monniken in dit geestesklooster het gedaan kregen hun buikjes zoo vet te mesten als heer Walter, de poëet. Ik ging met mijn theeKopje aan de schrijftafel zitten en maakte me gereed een paar regels aan Thérèse te schrijven. Doch ik beet lang op mijn penhouder en vond de goede woorden maar niet. Het was stellig mijn schuld niet, dat ik in dien dollen nacht met naar haar toe gegaan was. Na middernacht... datgin<* toch niet! En toch voelde ik me niet prettig. Ik was mei heel mijn hart bij dat kleine ding en toch wist ik niet zoo gauw, wat ik haar zou schrijven. Ik teekende haar kinderlijk eenvoudig profiel op het vloeipapier, maakte het weer onzichtbaar, stak een versche sigaar aan, doopte de pen in, peinsde en schreef nog niet. De gebeurtenissen hier in het slot waren nog te onvoltooid, mijn verwachting van wat dien dag nog geven zou, was te sterk, dan dat ik nu al een verslag had kunnen geven over het begin van mijn avontuur. Het beeld van de Amerikaansche nam al mijn belangstelling in beslag, de lust voor deze nieuwe soort «wetenschappelijke romantiek» — die uitdrukking viel me onder t peinzen in — ging zelfs boven al mijn liefde, len slotte kwam er een vreeselijk schrale brief klaar. Ik inderteekende met een «kus» en dacht daar werkelijk verder niets bij. Juist toen ik het couvert gesloten had, kwam de graaf binnen. Hij scheen in den besten luim. — Hoe vindt ge uw kamers? vroeg hij na de eerste hartelijke begroeting.

— Prachtig. Gelukkig wie hier thuis is!

Sluiten