Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

New-York, wier raderen knersten in onschuldig bloed, verhief zich voor mijn oog het heele tafreel van dezen bedrogen speler in het bankroet des levens: niet de zieneres zelve had hem, gelijk ik aanvankelijk meende, door liefde verblind en meegesleept, doch het innerlijk conflict in hem was nog dieper, nog menschelijker, nog treuriger: hij had den dood zijner verminkte, gemartelde vrouw niet kunnen dragen, niet kunnen begrijpen, hij had hem willen overwinnen, had den knoop door willen hakken en zich vastgeklemd aan den laatste» stroohalm: hij was spiritist geworden!

En ik begreep nu op eens ook, dat een ingrijpen, een ontmaskering mijnerzijds hier grootere beteekenis zou hebben, dan ik gedacht had. Niet de bleekzuchtige vrouw met de koele oogen, die mij zoo onverschillig was, kwam ten val; hij was het offer.

Toen de graaf na een wijle het hoofd omwendde, ontmoetten onze blikken elkaar. In zijn oogen stond diepe droefgeestigheid te lezen. Daarna werd zijn gelaat echter weer levendiger, en ik meende er iets in te lezen als trots, als triomfeerende meerderheid. Misschien had hij mijn zwijgen verkeerd uitgelegd. Maar onderwijl — vóór die veranderde gelaatsuitdrukking — was ik reeds weer in mijn rol. Neen, hij had die kwestie zelf afgescheiden van het persoonlijke. Hij wilde de wereld bekeeren, de wetenschap hervormen en daarvoor was maar één weg: de rechte. Ik moest handelen, zooals ik mij voorgenomen had te doen. Al moest ik dezen man het laatste, wat hij in zijn vertwijfeling gegrepen had, uit de hand rukken: de wetenschap kent geen klagende individuen, die noodig hebben ontzien te worden, ze vordert waarheid, eerlijkheid tot iederen prijs. Een laatste krisis had ik in mijn binnenste doorworsteld.

Nu weet ik, dat in de minuut, toen in mijn ziel het medelijden smeekend de armen ophief, daar een stem scheen te roepen: — Spaar dezen man, ga heen uit zijn huis, laat hem gelukkig blijven in zijn drooni, en dat, toen ik mij onverbiddelijk aan de zijde van de wetenschap schaarde, tegelijk de eerste knoop gelegd was voor mijn eigen tragedie, in welke eigen schuld en geen schuld zich geheimzinnig zouden samenvlechten.

— En wanneer zal Atissjackson ons haar experimenten vertoonen? vroeg ik tenslotte, toen het zwiisren reeds lane geduurd had.

— Nog heden ochtend.

Sluiten