Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij opende toen een zijdeur en liet mij zijn bibliotheek zien. Voor mijn oogen verscheen een bijna ongeloofelijk groot leger van oude en nieuwe voorvechters van het spiritisme. Naam aan naam rijde zich in gouden letters op de ruggen der boeken, bijbel aan bijbel, evangelie aan evangelie, kerkvader aan kerkvader van deze raadselachtige geheime leer verdrong zich op de boekenplanken om mij heen: al de dikke verdedigingsgeschriften, de eindelooze jaargangen van Duitsche, Fransche, Engelsche en Russische periodieken, de talrijke verslagen van séances en gewaarmerkte protokols van zorgvuldig samengestelde commissies en daarnaast — haast onbeduidend in aantal, of slechts nu en dan iemand zich die moeite gegeven had — de geschriften der tegenstanders, de ontmaskeringsgeschiedenissen, de nabootsingen door goochelaars, de berouwvolle bekentenissen van oplichters en de algemeen theoretische bestrijdingen. De graaf liet den rook van zijn sigaar vreedzaam langs de bonte banden van zijn lievelingen heen dwarrelen, nam er hier en daar een deel uit en lichtte den titel toe met de behagelijkheid van een kloosterbroeder uit den goeden ouden tijd, die aan een goddeloos wereldkind de schatten van zijn boekerij verklaart. Daar was Zöllner, de geleerde professor in astrophysica, — Wallace, de medegrondlegger der teeltkeustheorie en de vriend van Darwin — Crookes, de geniale, wereldberoemde natuurkundige — daar was de oude Gustaaf Theodoor Fechner, die althans praktisch niet onvoorwaardelijk had willen twijfelen — daar was baron Du Prell, die alle oudste geschiedkundige gegevens doorvorscht had om te zoeken naar sporen van een oeroude mystieke openbaring — daar was de philosoof Eduard von Hartmann, die theoretisch geen fundamenteel beletsel ontdekken kon — voor de spiritistische gemeente golden die allen als bekeerde apostelen, die het heele gewicht van hun roem in de weegschaal wierpen.

— En toch, zei de graaf toen we langs al de boeken geloopen waren, ziet ge, dat alles is nog niets, nog heelemaal niets. Laat er een kalif komen, die deze heele Alexandrijnsche bibliotheek verbrandt — laat ze kalm branden: het boek, dat ik als mijn erfstuk aan de wereld wil nalaten, spreekt voor zich zelf, het heeft geen profeten noodig. In al de andere werken vermengen zich bedrog en waarheid, zelfbegoocheling en zuiver waarnemen — overal is onkruid tusschen de tarwe, en vaak meer onkruid dan

Sluiten