Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoelen waren de eenige voorwerpen, die duidden op een veranderde bestemming van de zaal en zij maakten tegelijk ook de eenige inventaris er van uit. Doch toen mijn blik onderzoekend langs de naakte muren gleed, ontdekte ik nog een smalle zijdeur, die wellicht vroeger naar het stookvertrek gevoerd had en die in groote, zwarte letters het, natuurlijk eerst later daarop geschilderde woord «Veritas» droeg. Een vreeselijk motto, wanneer ik dacht aan hetgeen hier plaatsvond. De hand, die het schreef, scheen vast en zonder te beven het penseel gevoerd te hebben; ik kon het niet lezen zonder een huivering te voelen. De leege ruimte leek me op eenmaal kil als een grafkelder

De graaf trad met zijne begeleidster, die steeds slapper en willoozer aan zijn arm scheen te hangen, recht op de withouten zijdeur onder het opschrift toe, opende ook deze met een sleutel en wenkte mij zwijgend hem te volgen. Ernestine sloot zich ongevraagd, alsof het van zelf sprak, bij ons aan; de overigen bleven in de zaal. Toen ik het kabinet binnentrad, zat Lilly reeds op een matten stoel. Zij zat met de hand onder het voorhoofd en scheen geen notitie meer te nemen van haar omgeving. De enge ruimte kreeg slechts licht door drie raampjes, die tamelijk hoog aangebracht en daarenboven van buiten nog half met wilden wingerd bedekt waren. Uit het half duister op den achtergrond verrees als een groote, vierhoekige massa de kachel; links van den stoel stond een oude tuintafel met marmeren blad. Op den roodsteenen vloer lag in het midden een smalle stroomat.

De graaf haalde uit zijn rokzak een bundel witte linnen strooken, een pijp zegellak en een kaars en legde die op tafel. Daarna wendde hij zich tot mij.

— Heer doctor, het vastbinden van het medium in het kabinet is maar een schijnbare voorzichtigheidsmaatregel, van de nutteloosheid waarvan mijn vrienden en ik ons al lang overtuigd hebben. Doch daar gij als nieuweling de zaak bijwoont, moesten we het heden bij uitzondering maar eens niet nalaten. Hebt u er iets tegen, miss Lilly?

De aangesprokene schudde even het hoofd, zonder haar voorhoofd op te beuren.

— Goed, ik dank u. Mademoiselle Cussac, wilt u zoo goed zijn, de knoopen te leggen en gij, heer doctor, wilt gij u ervan overtuigen dat ze stevig zijn? ....

De Frangaise greep naar den bundel strooken, de graaf nam haar dien echter nog eenmaal uit de hand en reikte mij een opgerold stuk aan.

Sluiten