Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Gelooft ge, dat deze strook, tweemaal om de polsen van beide handen gewonden en vastgeknoopt, door iemand met normale lichaamskracht verscheurd kan worden?

Ik beproefde het, maar het weefsel scheurde niet. Ik ben geen Hercules, maar ik geloof toch niet, dat het mogelijk zou zijn, zulk een strook vaneen te scheuren. Ten overvloede keek het medium plotseling op en stak mij haar smal handje toe. Met een matten, doch vriendelijken glimlach, dien ik tevoren nog niet bespeurd had in Miss Lilly's trekken, zei ze: — Niet waar, mijn vriend, zulk een arm verbreekt geen ketens?

De engsluitende mouw van haar tricottaille liet juist het polsgewricht nog vrij, het scheen zóó teer, de huid was zóó bleek... — Neen, zei ik, nu zelf ook glimlachend, wat me goed deed in mijn opwinding — neen, stellig niet!

— Ga dan uw gang, mademoiselle, zei de graaf. Ernestine knielde neer, zoodat haar geparfumeerd blonde kopje met de witte lokkenscheiding juist onder mij was en legde de strik aan. Zij boeide eerst de handen dicht bij het gewricht met een dubbelen band, zelf verzegelde ik den knoop. Mijn gezicht beroerde bij dat werk meermalen het voorhoofdshaar van het medium, ik werd den eigenaardigen geur gewaar der krullende lokken, waarin geen pomade was; een sterk aroma stroomde eruit. Een heet drupje zegellak viel op de geboeide hand, zonder dat deze ook maar even samenkromp. Ik verontschuldigde mij. — O, het is niets, het arme offer moet zich stilhouden. — Haar gezichtje had iets van dat van een madonna met de bleeke, smalle trekken en groote oogen, zooals Murillo die geschilderd heeft. Onder het haastige verzegelen had ik een gewaarwording als zag ik nu die oogen voor de eerste maal. De zwarte vlek zwom nog grooter, nog geheimzinniger in het matte blauw, om de oogleden lag een blauwachtige schaduw als een nevelige weerschijn, als een soort bijzon van het wondere gesternte in het midden.

Toen de handen geboeid waren, werd het lange einde om de taille gewonden en met een paar flinke steken aan de wollen ceintuur vastgenaaid. Het afhangende stuk trok Ernestine omlaag tot op den vloer, waar, nadat de mat op zij geschoven was een ijzeren ring zichtbaar werd, die vastgeschroefd was in een houten kelderluik. Het bestaan van een luik, juist op deze plek, leek mij verdacht, doch de graaf stelde me glimlachend gerust.

— Mijnentwege kunt u de reten er rondom nog eens extra verzegelen, beteekenen doet dat niets, dat zult u later

Sluiten