Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf moeten toegeven. — Naïeve lichtzinnigheid! dacht ik bij mij zelf. De band werd matig strak aangehaald, inaar toch voldoende om het opstaan onmogelijk te maken, om den metalen ring bevestigd en zelf verzegelde ik den knoop nog eens. Eveneens legde ik een half dozijn zegels op de daarvoor geschikte plaatsen op de houten deur en de tegels daar rondom.

In den grond der zaak hechtte ik ook nu weer niet veel waarde aan dit gedeelte van de comedie. Ik twijfelde niet of er zou hier of daar toch wel weer iets over het hoofd gezien zijn, dat speelruimte gaf voor een poging tot bevrijdiging. Hoogstens kon ik op de zegels vertrouwen; ik had me enkele bijzonderheden in het geheugen geprent, waarin ik mij niet meer kon bedriegen. We gingen naar de zaal terug, de graaf kwam het laatst en sloot de deur.

De vrienden hadden onderwijl, juist zooals het bij de Alsens ging, de stoelen in een halven kring opgesteld. De groene speeltafel stond aan het eene einde van de rij, de luiken waren nu alle tenminste los dichtgemaakt, zonderdat het daardoor nu juist heel donker geworden was. Ik ging naast de tafel zitten en leunde er met den elleboog op. De graaf nam aan de uiterste linkerzijde plaats. Het musiceeren en het vormen van een keten scheen in deze fijnere spookséance niet tot de noodzakelijke requisieten te hooren.

Niemand sprak een woord en in de algemeene stilte hoorde men duidelijk het kwetteren der zwaluwen onder de veranda. Eenmaal viel, waarschijnlijk ten gevolge der hitte van de zon, een stukje kalk van den muur met groot gedruisch naar beneden.

Mijn oog bleef onwillekeurig weer hangen aan de zwarte letters van dat woord «Veritas». Een heel smalle, maar verblindend lichte zonnestraal sneed daar dwars overheen, als wischte een lichtende hand op die plek het duistere teeken uit.

Waarheid! Waarheid!

Wanneer het waarheid was, wat hier gebeuren ging, dan was de wereld door alle eeuwen heen een groot narrenschip geweest, dan hadden kinderen en gekken gelijk gehad, dan waren wijsheid en wetenschap rommel en hoon. Ik voelde in dit oogenblik niet de opgewekte vermetelheid, die ik nog dezen morgen in mij wakker geroepen had en die mij eergisteren voor de geestenportière bij de Alsens vervulde. Ik voelde, hoe zeker ik ook wist dat ook hier bedrog

Sluiten