Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen: nu zal de deur open gaan. Het duurde misschien nog een minuut, toen schoof de deur langzaam, als vanzelf open, even later werd een licht geritsel gehoord en door de opening gleed een lieve, witte gedaante naar binnen. Ze droeg niets dan een los gedrapeerd hemd dat nog tot haar enkels reikte, hoewel een smalle linnen gordel het om de taille een weinig opschortte. Voeten en armen waren bloot, het aschblonde haar golfde los over de schouders, over haar gelaat was een zachte, blijkbaar zeer dunne doek gebonden, die de glans der oogen liet doorschemeren, maar geen vormen verried.

Dit alles merkte ik op met een enkelen, snellen blik. En ik twijfelde er geen oogenblik aan dat het spook Lilly zelf was. Doch in het volgende oogenblik reeds hield mijn kritisch waarnemen op, en trad de directe belangstelling voor de handeling zelf op den voorgrond.

Want deze spookende geest — het mocht dan Lilly zijn of iemand anders — was in in ieder geval veel dapperder dan mister Thomas. A4et den geluidloozen tred van bloote voeten, die op zich zelf reeds iets huiveringwekkends had, zweefde hij snel op ons toe en legde de hand op den schouder van den graaf. Op nog geen tien schreden afstand zag ik volkomen duidelijk het zachte, maar toch merkbare op en neer gaan van den ver zichtbaren boezem bij het ademen. Toch had in dat oogenblik het heele tooneel voor mij iets angstwekkends. Het rechtstreeksch ingrijpen der verschijning in onzen nauwen kring ontnam aan de heele handeling het tooneelmatige; men gevoelde de physieke nabijheid van een persoonlijkheid, die zich toch minstens in een vreemden toestand en in een ongewoon toilet bevond. Ik dacht dat de betoovering wel breken zou bij langer toeven en vooral bij het spreken. Maar de scène, die nu begon, was even boeiend als verrassend. Ik vergat daarbij al aanstonds alles, tot zelfs mijn eigen rol, die ik mij zoo goed ingeprent had.

De witte gedaante was zoo dicht op den voor haar zittenden graaf toegetreden, dat zij in het schemerlicht met hem scheen ineen te vloeien. Haar eene hand hield zijn rechter vast, met de andere speelde zij zachtkens met zijn haren. De ernstige man verroerde zich niet, maar, heel scherp toekijkend, meende ik toch een trillen in zijn gelaat te bespeuren. Zijn gelaat was bleek, zijn oogen stonden hol, als door een overweldigende ontroering

Na een poos begon het spook te spreken, zacht, met

Sluiten