Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rende trots — de witte boezem scheen diep adem te halen.

u ^ teeder klonk daarna haar stem weer over den geknielden man — een seconde lang woelde mij iets in de hersenen als een roes, een waanzin de vormen begonnen mii

anders toe te lijken in het halfduister, opeens leek het mii

■•°l a de • Sedaante toch "'et Lilly zijn kon een

ijskoude rilling ging me door merg en been; bij de gedachte aan de mogelijkheid, aan de mogelijkheid alléén dat die witte, halfnaakte vrouw, die zoo dicht bij mij stond, een spook kon zijn, ging een wilde, verlammende angst door mijn hersenen ... een oogenblik lang zag ik heelemaal niets, alles vvarrelde zwart voor mijn oogen ...

Mijn stoel moet door een beweging van mij gekraakt hebben. De gedaante trok opeens langzaam haar handen van den graaf af en keerde zich om. Nu weer geheel wakker, ">•" t^,'"008 a!s onder hypnotischen invloed, voelde ik zeer duidelijk hoe haar oogen mij onder haar sluier aanzagen De verschijning scheen, zonder schreden te doen, al dichter en dichter naar mij toe te groeien. Plotseling voelde ik met mijn rechterhand, die ik stellig onwillekeurig tot afweer uitgestrekt had, een ijzig kouden druk — dezelfde onuitsprekelijke teedere, zoete stem zeide, dicht vóór mij: Wie zijt gij? Ik heb u hier nog niet gezien. Maar op uyv voorhoofd staat een somber teeken, mijn vriend, booze dingen staan u te wachten...

Ik weet niet wat de onzichtbare lippen nog meer zeiden, hen plotselinge ommekeer greep in het volgende oogenblik in mij plaats. Mijn hand had zich willoos laten aanvatten door die vreemde, koude hand. Juist in dit oogenblik echter kwamen beide handen in de lichtlijn van het smalle zonnestraaltje, dat naast mij door een reet in een luik binnenviel. Mijn oog bleef rusten op de plotseling hel verlichte hand

van den geest en toen bespeurde ik een nietig rood

drupje, hard en glanzend, midden op den rug dier hand

Ti 5* ^as het ze8ellak> dat drupje, dat door mijn schuld bij het binden op Lilly's rechterhand gevallen was...

Bij deze herinnering ging mij iets als een ruk door de leden, ik was vrij.

— Miss Lilly, riep ik luid, haast grof in mijn opwindine, zoodat het door de heele zaal klonk — gij bedriegt!

Ik greep met woeste kracht de witte arm vóór mij beet — wat er rondom me heen geschiedde, was me totaal onverschillig — de doek gleed van het gelaat af — ik zag t.e matte, bleekzuchtige trekken, die ik sinds gisteren kende

Sluiten