Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge behoefdet slechts te zien hoe hij zich aanstelde, toen wij hem bij de portière aangrepen, om te weten, wat voor soort mensch hij was. Is het genie, is de waanzin niet echt voorhanden, omdat hier of daar een stumper of een vervalscher haar handschrift vervalscht? Moeten de wonderen van een zoo reine van geest, als Jezus Christus was, noodwendig ellendig bedrog zijn, omdat ook de goochelaar op de jaarmarkt voor de boeren water in wijn verandert? Neen, ga toch nog eens alles niet kritischen zin in uw herinnering na, vergelijk eens Thomas met Lilly in iederen afzonderlijken trek — — mijn beste vriend, wees oprecht tegenover uzelf: was dat hetzelfde als wat ge heden gezien hebt?

Ik keek somber naar den grond, bleef hard en stug. Die nieuwe hypothese, welke ik daar gehoord had, leek met het toppunt van onzin toe, en tegelijk ook reeds een verholen terugtocht. Ik, die hier wezenlijk de tastbare feiten had willen toeroepen: ik zie u,"maar ik geloof u njet _ — ik zou op goed geloof deze spitsvoudigheden aannemen — dat nooit! Hier wonden zich inderdaad het leugenweefsel der scholastiek, de spitsvondigheden van een valsche dialectiek als die hoprank om den dorren tak der spiristische wijsheid, er was inderdaad geen reden om dit gepraat nog langer aan te hooren.

Maar mijn hoofd begon doodmoe te worden, ik voelde dat mijn wil zwak werd, louter van physische afmatting, dat mijn antwoorden meer opgewonden dan logisch waren en den graaf noodwendig armzalig moesten lijken. Er was maar één redding: ik moest weg!

We waren, na het park omgeloopen te zijn, weer aan de brug gekomen. Hier bleef ik nu opeens staan en, den graaf in de rede vallend, nam ik zijn hand:

— Heer graaf, ik dank u voor uw gastvrijheid hier buiten. Deze beide dagen zullen onvergetelijk voor mij blijven. Maar ik gevoel dat ik naar Berlijn terug moet, ik moet vertrekken — nog heden — dadelijk...

En toen ik deze woorden sprak, werd het mij duidelijk hoe onbeleefd dit plotselinge heengaan was, nadat ik zoo ver met hem meegegaan was — — ik werd mij bewust van mijn eigen lafheid: ik ging niet heen, ik vluchtte — vluchtte voor iets onbegrijpelijks, dat ik niet weten wilde, niet verder doorgronden wilde, en in dat vluchten zelf lag meer geloof dan ik met woorden ooit erkend had. Maar ik moest, ik moest!

Sluiten