Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De graaf kon wel gemakkelijk in mijn binnenste lezen — duidelijker er in lezen misschien dan ik zelf vermocht. We stonden bij het vergulde hekwerk van de brug — boven het blauwgroene spiegelbeeld der kastanjes dreven tallooze bruinroode, pas afgevallen bloesems, dwarrelende insekten beschreven daar hun cirkels tusschen, een weinig verder wierp de zon, die door een opening tusschen twee boomkronen heen zag, een andere brug van gouden schittering over het water heen. Het was warm en het was stil — de graaf had mijn rechterhand vastgehouden en beiden zagen we in het water neer.

— Ga, zeide hij ten slotte, na een wijle nagedacht te hebben, ernstig maar zonder bitterheid, juist op denzelfden toon, als toen in het middernachtelijk uur te Berlijn, — ga, mijn vriend! Of ge al moogt twijfelen, of ge al moogt veroordeelen, een jongere der waarheid zijt ge tóch, en wie dat vaandel draagt, die komt ook ten strijde, vroeg of laat. De geestesstrijd dezer eeuw ontbrandt iederen dag heftiger — ook het spiritisme heeft daar zijn zegevierend leger in, ge zult er rekening mee moeten houden. Vergeet niet, dat het spiritisme reeds daarom al hooger staat dan alle andere partijen, wijl het strijdt om den geest zélf — niet alleen met den geest, maar ook voor den geest. — Ook gij behoort niet tot degenen, die zich in een hoekje van hun sofa vleien en zich niet bekommeren om de groote, fundamentale bewegingen van dezen tijd; ook over u zal het nog komen, gelijk het over mij gekomen is. Geloof me, we zien elkaar nog wel meer in dezen strijd. Ge denkt nu: — Ik wil alleen maar weg, ik wil nooit meer iets van deze dingen hooren, — ja, ge verwenscht nu het uur, dat u met deze gehate dingen in aanraking gebracht heeft. Het uur zal komen, waarin ge zult weten, dat gisteren en heden de genius der eeuw, de groote, verheven genius met den lichtenden fakkel der 'waarheid u nabij geweest is — uw zinnen zijn gewekt, van nu afaan zullen deze dingen van zelf in u voortwerken. Als een twijfelaar zijt ge gekomen, als volmaakt ongeloovige denkt ge heen te gaan, waarheid is dat ge toch, en in weerwil van alles, als een heel ander

mensch hier vandaan gaat, dan ge voorheen waart

en zonder een helderziende te zijn, zie ik u in den geest terugkeeren naar den drempel van dit slot. De kennis is voor den modernen mensch het bloed, dat den leeuw in hem doet ontwaken — ja, mijn vriend, met spijt reik ik u de hand om u vaarwel te zeggen, want ik had u gaarne

Sluiten