Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de roode en blauwe lichtjes aan den slanken boog der gasleiding aangestoken, hoewel nog rossig daglicht over de daken schemerde. De oude oeverwijk met haar spitse gevels stak als een scherp silhouet tegen het berookte, geelachtige rood van den westelijken hemel af; hier en daar zond een fabrieksschoorsteen een pikzwarte rookzuil naar boven, die in de zwoele lucht onbeweeglijk bleef staan- De vierhoekige, zwartgrauwe klomp van den leelijken toren op de Waisenkerk rees plomp omhoog op den voorgrond, over zijn bruin leidak gluurde de donkere, wonderlijke pagodenspits van de parochiekerk nog even heen.

Na een pauze klonk uit de houten tent achter in den tuin opnieuw de muziek. Ze speelde de oude, bekende trompetterswijs, het «Behüt dich Gott, es war zu schön gewesen».

Ik ging met de hand onder het hoofd zitten.

Ik had dit lied gehoord te midden van alle profanaties der straten en ook in heilige, reine oogenblikken. Als Keulsch carnavalslied, in honderd stemmingen van wijn, dwaasheid en dolle verliefdheid, bij het schellengerinkel en het vertrouwelijke jij en jou tegen iedereen in de carnavalsbui; in de verre Parijsche ballingschap had ik het gehoord als een vertrouwelijke groet der moedertaal in de Deutsche Verein; ik had er naar geluisterd als het van Thérèse s lippen klonk — het was inderdaad een der leitmotieven in mijn leven geweest, die ik ten slotte reeds zóó vaak gehoord had, dat ik dacht haar nu wel hartelijk moe te mogen zijn. En toch was het mij heden, nu knagend die philosophische gedachte in mij wroette, als gevoelde ik nu voor de eerste maal, nu ik het hoorde, oppervlakkig, midden in de drukte van het dagelijksch leven en met heel veel anderen tegelijk, dien diepen zin, het onzegbaar droefgeestige, algemeen menschelijke motief, dat de zanger er in gelegd had, die zelf een moede, zwaar met twijfel beladen pelgrim op aarde geweest was.

Wat was die verbroken liefdesband? Het was niets meer dan een uiterlijk beeld, de «schlanke Maid» was maar een voorbeeld — er lag iets diepers en droefgeestigers in dit refrein vol heimwee, trillend van smart. In het groote wereldmechanisme, dat schijnbaar zoo vlot, zoo harmonisch voortdraaide, hoe was het mogelijk dat daar de moleculen van een hersenpaar zich vereenigden tot den wensch: was het toch anders geworden, — o, had d&t mogen zijn, tot de erkenning: Neen, het heeft niet mogen zijn tot

Sluiten