Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijzelf wegkruipen en mij in het uiterste hoekje van mijn sofa redden voor het vreeselijke, wat ik doorleefd had, wat tastbaar duidelijk bij mij in de kamer geweest was en misschien ieder oogenblik weer terug kon komen.

De eerstvolgende minuten zat ik volkomen onbewegelijk, ik staarde strak naar de kaars en beefde over het geheele lichaam.

Opeens schrikte ik nogmaals vreeselijk — een harde metaalklank trilde boven mijn hoofd weg — toen werd ik kalmer: het was de klok — ik hoorde ze slaan, veel malen achtereen. Ik had het stellige idee de slagen te moeten tellen en met een overleg, waarin voor de eerste maal de waarneming triomfeerde over den angst, riep ik me zelf toe: — Je moet het uur vaststellen, waarop ge dat visioen gehad hebt!

Maar ik was nog te zeer verlamd, te verward om meer te doen dan mechanisch mee te tellen: — Eén — twee— drie... Daar ik er pas mee begonnen was, toen er al verscheidene slagen voorbij waren, werd het resultaat beslist fout. Maar ik gaf me de moeite niet, op te staan en me, door op de klok te kijken, zekerheid te verschaffen: slechts bleef er een onklare voorstelling in me, dat het elf uur geweest moest zijn.

Een eindelooze tijd ging voorbij, eer ik er toe komen kon van de sofa op te staan om de lamp aan te steken. Een boek, dat daarbij op den grond viel, deed me nog eens zóó schrikken, dat ik me aan de tafel moest vasthouden.

Eindelijk — toen de heldere vlam van de lamp haar kalmeerend licht door de heele kamer wierp, kreeg ik mijn zelfbeheersching althans eenigermate terug. Ik begon langzaam het vertrek op en neer te loopen, mijn voeten waren zwaar, mijn heupen krachteloos van den vreeselijken schrik, maar toch kreeg ik weer moed door die beweging en door het geluid van mijn eigen schreden.

Met dit op en neer loopen ging een heelen tijd heen, waarschijnlijk wel veel langer dan ik later wel wist. Ik herinner mij hoe mij reeds in deze eerste momenten van terugkeerend besef een wilde stroorn van verklaringen, veronderstellingen, ontwijkende redeneeringen —alles hoogst onduidelijk — door het hoofd ging.

Vast stond voor mij, dat ik iets ongehoords, wat nog nooit beleefd was, gezien had. Afgezien van de nawerking van het geziene, gevoelde ik mij volkomen wel. Mijn pols was gejaagd, maar niet door koorts. Ik dacht een paar

Sluiten