Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik was ontstemd geweest bij de séance met Lilly Jackson; een andere ontstemming was het geweest, veel meer de ontstemming van het verstand, dat reeds genoeg gezien heeft om in 't algemeen reeds de diagnose: zwendel! te kunnen stellen, maar toch nog enkele dingen meent op te merken, die het eerlijk moet erkennen niet te kunnen begrijpen.

Nu was ik niet meer ontstemd, doch eenvoudig vertwijfeld. Wanneer dit feit waar was, stond ik voor mijn wetenschappelijk bankroet.

Ik wist wel, dat er gezegd was: iedere bevrijding, iedere revolutie in de wereld van den geest, verwekt in het eerst gevoelige pijn. Want de keten, die een oude traditie, een leven van moeitevollen arbeid om de menschen geklonken heeft, is niet alleen een keten, die zijn vleesch wondt, het is ook een steun, een band, die hem rechtop houdt en draagt — de gang van dit dol in elkaar gevlochten wereldraadsel brengt het nu eenmaal mee dat het roest van den ijzeren keten tenslotte een bloesem wordt, welks geur de gevangene liefheeft, dat de ijzeren greep van de krammen liefelijk wordt als de arm van een moeder, waartegen we ons vertrouwend kunnen aanvleien. Wanneer zulk een keten breekt, dan komt er in het vleesch een roode, bloedende kring en het is alsof deze wond het werk is van dengene, die ons bevrijd heeft.

Ik had me met al de kracht mijner ziel ingeleefd in de wereldbeschouwing van den modernen natuurvorscher, ik was haar heraut geweest op zoo menigen dag van strijd. Ik kende haar sterke en ook haar zwakke punten, maar toch — en wellicht daarom — had ik haar volkomen trouw toebehoord. Toen de omstandigheden mij niet toelieten een aan haar meebouwend architect te worden en mij verbanden naar de gemeente dergenen, die alleen maar mochten zien en begrijpen, had ik geen weifeling gevoeld in mijn vereering voor haar. Ik had mij aan haar — aan de navorsching op zich zelf — ook nooit geërgerd, omdat de wereld, die ze mij aanwees als de eenig bestaande, mijn ziel niet bevredigde, het vragen van mijn hart niet beantwoordde, omdat zij mij niet kon redden van den vloek van pessimistische buien, gedurende welke mij het menschelijk leven troosteloos en leeg toeleek. Wat raakte het de natuurkunde, had ik duizendmaal tot mijzelf gezegd, of de bliksem, waarvan ze een beschrijving en verklaring gaf, een menschenwoning vernielde ? Was het soms Darwins

Sluiten