Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuld, dat de menschen elkaar in een meedoogenloozen strijd verscheurden?

De schoonste uren van mijn leven had ik ten slotte toch te danken aan dit zuivere opgaan in de wetenschap, zonder bij bedoelingen en zonder zedelijke bezwaren. En het dienen van deze natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing had niets van mij gevergd dan erkenning van de groote, fundamenteele stelling dat al wat gebeurt een mechanische werking is. Weliswaar had de wetenschap zelf deze erkenning nog niet geheel en al verklaard. Maar ze had om dit duistere punt tenminste met triomfeerend geweld haar lichtende cirkels getrokken. Ze had ons als voornaamste stelling geleerd, dat alle geestelijke werkzaamheden begrensd waren tot de werkplaats der hersenen en het zenuwstelsel in de levende wezens. Zonder verschooning had ze de nevels van het bijgeloof verstrooid, hetwelk in de ziel méér wilde zien dan een raadselachtige zelfweerspiegeling van de onverwoestbare, mechanische kracht op een begrensde plek, die met de andere, gelijksoortige centra weer in verbinding kon komen juist door golven dierzelfde kracht, welke door de zintuigen werden opgevangen. Nu eerst, in dit oogenblik, nu alles voor mij begon te wankelen, merkte ik, wat een sterke steun dat alles geweest was. De wilde, onbegrensde vrijheid van den geest, waaraan men tientallen eeuwen geloofd had, was er door ingetoomd door weldadige boeien, het weten spande zijn net onmiddelijk om het raadsel, en wanneer dit zelf nog als zoodanig bleef bestaan, zoo kon het toch maar niet willekeurig ingrijpen in het weefsel van wat reeds verklaard was.

Maar wat nu?

Wanneer de geest zoo sterk was, dat hij mijlen ver heen kon reiken tot aan een anderen geest, wanneer er oogenblikken waren, waarin hij zich vrij kon maken van de hersenen, en door ongeloofelijke, onbegrijpelijke achterwegen, buiten alle bekende straten onzer natuurkunde om, op een tweeden geest kon inwerken ... ja, dan was zulk een geest zeer zeker iets heel anders dan wij gemeend hadden. Dan was de wereld meer dan een twee-eenheid van mechanisch gebeuren en raadselachtige zelfweerspiegeling daarvan in het bewustzijn, dan was zij zeer zeker in den zin der overoude metaphysiek een kampplaats van twee volkomen verschillende werelden, een psychische en een physieke, waarvan in het gunstigste geval de eerste willekeurig kon ingrijpen in de tweede.

Sluiten