Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zou alles éér geloofd hebben dan dit.

Ver uit de wildernis van het Spreewoud klonk de stem tot mij over: Dag van Damascus! Wat had tot dusver dit woord voor mij beteekend? Een arme dwaas, die het gezond verstand afviel, een geestelijk bankroet, een opgaan in bedriegelijk spel van gevoel, in zelfbedrog, een afzien van verder meewerken aan het groote werk.

O. — het groote werk!

Mijn oog gleed over de lange rijen van mijn bibliotheek. Daar stonden ze, de werken der mannen, die wij voor heroën aangezien hadden, wijl zij alles mechanisch verklaarden: Humboldt, Darwin, Laplace, HSckel, Helmholtz, Tyndall, Albert Lange, Claude Bernard.... daar was geen naam bij, die mij niet heilig geweest was, naar het graf van welks drager ik geen bedevaart had willen doen, gelijk de vrome naar de groeve van Jeruzalem.

De groeve van Jeruzalem!

Op eenmaal zag ik de boeken niet meer, ik zag in het onmetelijke, nevelige grauw van de wereldgeschiedenis een langen, langen stoet stille, treurige, onbegrepen, mishandelde menschen: de mystiekers en de wonderdoeners aller tijden; — ik zag het magisch bleeke licht trillen door den glazenbol in de schoenmakerswerkplaats van Jacob Böhme; ik zag den blik van Swedenborg, starend naar het rood van den verren brand, dien hij voorspeld had; ik zag den bleeken,

moeden grafvlinder van Prevorst en wanneer deze

nu eens de waarheid gehad hadden, wanneer zij eens de echte vorschers in dienst der wetenschap geweest waren? En ik zag tenslotte — toen mijn geest, wankelend onder de huivering van dezen wereldommekeer, het perspectief, dat zich voor hem ontrolde, doorliep — aan het einde van dezen stoet den graaf in het Spreewoud en die wondere vrouw

En toen ik aan die beiden dacht, washet mij als zou er een traan opwellen in mijn brandend oog — een traan van toorn, van vertwijfeling om het jammerlijk bewustzijn van mijn eigen nederlaag — — nog eens raapte ik al mijn krachten samen — ik wilde niet gelooven. Liever wilde ik het voor mijzelf bekennen: — Je bent waanzinnig, een gruwelijk spooksel binnen in je heeft je voor den gek gehouden, — dan hier toe te geven

Maar ik voelde, dat ik daar geen kracht genoeg voor had.

Te diep worstelde in mij, zelfs te midden van dit inéénstorten van al mijn weten, de eenvoudige, eerlijke

Sluiten