Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Heer geheimraad, begon ik eindelijk weer met een stem, die week klonk van toenemende opwinding, houdt u mij voor zulk een ellendig waarnemer, dat ik u met deze zaak zou komen lastig vallen, indien ik haar niet zelf gezien had?

In zulke dingen is een waarneming heel geen argument. Een op zichzelf staand feit

— Maar het is een reeks van feiten!

— Bah! — een reeks! Wat hebt ge me dan verteld? Laten we eens nagaan. Manoeuvres van een onhandigen goochelaar en manoeuvres van een slimmen. Ge zijt zelf vrijwel ongedeerd uit die affaire gekomen, hebt ontmaskerd. Ik heb al lui bij me gehad, die zich hadden laten dupeeren. Ik betwijfel ook niet in het minst dat onze beroepsgoochelaars uitmuntend werk leveren, in 't minst niet. Meent ge, dat ik, wanneer ik tijd had om zulk een zitting bij te gaan wonen,' als leek er ook niet als een kwajongen bij zou staan? Ik heb er echter, helaas! of laat ik liever zeggen,gelukkig! ook geen tijd voor, dat moet de een of andere jongere collega maar voor me waarnemen. Die zal het, naar ik merk, ook niet makkelijk vallen, dien zwendel op te helderen. Richt u tot die — of — waartoe eigenlijk ook? Maak u over deze laatste toevalligheid maar niet druk — lieve hemel, als ik u eens al de curieuse toevalligheden uit mijn leven' wilde vertellen . . .

Is u dan zulk een toeval al eens overkomen?

— Voor zoover ik mij herinneren kan niet — maar al was het zoo! Meent ge dat zoo'n tweede gezicht, of hoe zulke onzin heeten mag, mij bekeerd zou hebben? Laten we nu eens aannemen, heer doctor, laten we nu eens werkelijk aannemen dat ge zoo iets gedroomd hebt

Hij hield even stil als om het veronderstellende recht goed te laten uitkomen — een gebrek aan vertrouwen in mijn eerlijkheid, dat mij pijn deed.

— Nu dan — is het nu wezenlijk zoo ongehoord merkwaardig dat ge in 't bewustzijn dat uw vriend wel dood kan zijn, hem ook werkelijk dood ziet?

— En de juiste overeenstemming in den tijd?

Hij zweeg een seconde en reeds hoopte ik dat hij zich bezinnen zou, geen antwoord zou vinden. Zijn gelaat nam werkelijk een rustiger, onderzoekender uitdrukking aan, alsof hij zich toch geweld aan wou doen, de zaak ernstiger op te nemen. Toen zeide hij, den blik op het bonte vloertapijt gericht, de sigaar losjes tusschen de vingers van

Sluiten