Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was van daaruit nog niet te zien; men merkte alleen de zwoelte, de windstilte in de lucht. Ik stak dwars de Linden over en trad het café Bauer binnen. Ook hier was het nu druk. Tegen den feilen zonneschijn op het asphalttrottoir stak de zaal beneden bijna zwart af en alleen de groote kranten, die als een menigte vaandels overal rechtop omhoogstaken en de gezichten der lezers verborgen, lichtten helwit op in het schemerend duister. De kletterende cascade verspreidde geen koelte, van de naakte lijven der fresco's scheen een heete geur op te stijgen. Boven was het bijna leeg. Ik ging op het ongemakkelijke balcon zitten en zag het spel der wolken aan, die langzaam, als groote, blauwe, tullen voiles boven den gelen wand der tegenoverliggende huizenmassa's omhoogschoven. Naar den kant van de Brandenburgerpoort was de lucht vaal geel, een echt onweersgeel. Beneden vloog het stof hoog boven de als mieren dooreenwemelende menschenmassa heen.

Nu stuwde de termietenstroom zich op, tegen de eene poort van de Friedrichstraat. Een rij zware wagens drong snel op, als werden ze door een nog onzichtbaar compact geweld vooruit geperst, uit den nauwen hals der straat. In de verte klonk dof geschetter van naderbijkomende militaire muziek. Zeer spoedig kwamen de soldaten zelf te voorschijn, in een onafzienbare, eentonige lijn drongen zij al verderen verder de laan in, met stof bepoederd van 't hoofd tot de voeten; hier en daar stak een gedaante te paard boven de massa uit. De stofwolken zelfs, die daareven nog in een hooge kolom opgewaaid waren, schenen plotseling neergedrukt door het in den pas loopen dier ontelbaren. En geweldig triomfeerde nu de muziek onder mij.

Ik gevoelde heden niets voor haar taal. Deze onmetelijke, gelijkmatig marscheerende optocht had voor mij iets van een kille, niet tot het verstand sprekende, volkomen onbegrijpelijke natuurwet, die in eeuwig gelijkblijvenden rythmus ons voorbij stampt zonder ons ooit verantwoording te doen, die ons gevoelloos verpletteren zou, als we haar in den weg kwamen. Zóó, evenals zij, leek mij plotseling ook de wetenschap toe, die mij daar juist zoo grof afgewezen had. Dwang, niets dan dwang, ijzeren bevelen der autoriteiten, geen recht voor het individu, niets dan gehoorzaamheid en bevel — en de legende dat dit alles noodzakelijk was voor den dienst van het geheel. . . . maar als dit geheel nu eens op een dwaalweg was, wanneer achter dit geheel eens niet de waarheid, doch een, in een uur van verblinding over de massa veroverde, tirannie was? Had de soldaat,

Sluiten