is toegevoegd aan uw favorieten.

De godin van het licht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zóóveel gelezen — en het kwam mij voor dat ik nooit begrepen had wat ik las. Nu werden de doode letters der herinnering verlevendigd, mijn heele weten werd mij klaar als een ontraadseld geheimschrift.

Ik had onder die innerlijke overdenkingen het landschap om mij heen een oogenblik geheel uit het oog verloren. Op eenmaal hoorde ik het geluid van al het water sterker en ik keek op. Het bootje was op het punt een halfduister loovergewelf in te gaan.

Uit de bladermassa's keken daken te voorschijn, die ik herkende als het eilanddorp, waarlangs ook onze eerste vaart gevoerd had, alleen was alles, wat toen in de zon fonkelde, nu verborgen achter een blauwen nevelsluier, die de omtrekken deed vervloeien. Boomtoppen en stroodaken vloeiden inéén tot één labyrinthische verwarring. De wetering, waarover de takken van wilgen en elzen een lagen boog vormden, verloor zich reeds op enkele schreden afstands in volkomen duister, als ging ze omlaag naar een afgrond. Midden uit deze donkerte gleed echter in 't volgende oogenblik een witachtige boot naar voren. Een enkele tengere gestalte voerde de riemen. Het was een vrouw, doch geen vrouw uit het Spreewoud in haar bonte landsdracht.

— Miss Jackson! riep ik luid en maakte een beweging, waardoor het bootje schommelde, en mijn gezicht opeens onder den drup van de parapluie kwam, zoodat ik bijna niets meer zien kon.

— Neen, maar, dat is toch. . . .

Ze scheen mijn verrassing maar nauwelijks te deelen. Ze glimlachte alleen maar even, toen de randen van onze booten langs elkaar schuurden en zij met haar Engelsch accent: — U behoeft daarom niet in 't water te vallen, mijn vriend. U is zeer goed, bij zulk weer in het Spreewoud te komen wandelen.

— Ik kom naar ulieden terug, zei ik snel, als moest ik haar het groote nieuws zoo spoedig mogelijk mededeelen. — De graaf is toch zeker thuis, niet waar?

— Ja — de graaf — o, zeker, de graaf zal zeer verheugd zijn.

Ze wierp het hoofd ietwat terug alsof de kap haar te diep over de oogen gezonken was, ze staarde een oogenblik langs mij heen, over de waterwoestijn achter mij.

— Overigens — U —, zoo wendde zij zich weer glimlachend tot mij — Ongelukkige, u is zoo nat als een