Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hadden we beiden een verkeerden toon tegen elkaar aangeslagen en als gevoelden we dat beiden. Maar ik vond niet aanstonds een aanknoopingspunt voor een ernstiger gesprek. Eindelijk begon ik: — En verwondert u zich niet, miss Jackson, dat ik weer hierheen terugkom, in weerwil mijner plotselinge vlucht?

— Ik zie het, antwoordde ze koel, en mij dunkt, u zult er wel redenen voor hebben. Men gaat in zulk weer niet op reis zonder goede redenen. Maar als u het mij vertellen wilt, doe het dan.

— Ze is nog boos op mij, dacht ik. Daarop begon ik haar kort het voornaamste te vertellen. Ik vertelde het wonder in den nacht, onopgesmukt, veel rustiger als dien morgen bij den professor. En ik eindigde met haar in behoorlijken vorm excuus te vragen.

Ik had verwacht dat haar oogen zouden opflikkeren, toen ik aan het gewichtigste kwam, maar geen spier in haar gelaat vertrok. Haar linkerhand hing slap langs het vensterkozijn, de rechter draaide aan den ronden ring om de pols en een paar malen klopte zij met den knokkel van den wijsvinger op het metaal, als wilde ze den armband vastnagelen. Toen ik zeide, dat ze toen wel heel boos geweest moest zijn, schudde ze heftig met het hoofd. Bij mijn laatste woorden hief zij het voorhoofd op en zag me zóó open en rustig aan als vertelde ik haar iets heel onverschilligs, iets wat geheel buiten haar omging. Ik sprak nog, toen zij met een snelle beweging een stuk boerenbrood van tafel greep en dat verkruimelde. Haar blik richte zich onderwijl door de kleine ruitjes naar buiten en onwillekeurig zag ik ook dien kant op. Daar buiten zag ik vijf eenden met uitgestrekte halzen in rij en gelid, zoo idioot mogelijk. Ze deed het raam open en wierp de kruimels naar buiten. Ik was juist aan het eind van mijn verhaal — toen ze zich weer naar me toekeerde, speelde een glimlach op haar lippen, maar ik wist niet of dat om mijn verhaal was, dan wel om het gekke gedoe van die dieren daar buiten.

Eindelijk, nadat ze haar handen meermalen over elkaar gewreven had om er de laatste kruimels af te krijgen, zeide ze op heel rustigen conversatietoon, den blik gericht naar de roode balken:

— Mijn waarde, Lilly moet u een raad geven. Weet u wat? — vaar weer naar Berlijn terug.

Ik begreep niet aanstonds, wat ze wilde.

— Naar Berlijn terug, miss Jackson? — hoe bedoelt u?

Sluiten