Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen van allen wist nog, wat me teruggebracht had en toch scheen het hun iets vanzelfsprekends dat ik terug kwam.

Toen we nu eindelijk rustig aan tafel zaten en ik in korte trekken mijn geschiedenis vertelde, ontstond een lang en algemeen zwijgen, alleen de oogen schitterden. Dat was meer, dan iemand had kunnen verwachten, dat voelde ieder wel. Lilly moest eerst met een schertsend woord de betoovering verbreken, vóór de overmaat van gevoelens zich kon luchten. We bleven, ijverig debatteerend, samen tot in den laten nacht.

De oude klok met de gouden Amors sloeg met knarsende slagen twaalf, toen ik weer in het kleine, vriendelijke salonnetje stond, dat me twee dagen geleden gehuisvest had, voor de blauwfluweelen zetels, de glimmende tafel en het tapijt met de romantische rozenknoppen.

Ik opende het venster en keek nog een wijle droomerig naar buiten, zonder me te bekommeren om den koelen nevel, die binnenkwam. De hemel was nu geheel onbewolkt. Naar het zenith toe strekte zich de dissel van den Wagen uit, links in de open plek boven het kanaal stond de Melkweg als een laaghangende, phosphoresceerende nevel aan den rand van het blauwe gewelf. Een vallende ster schoot bliksemend omlaag.

En nu — na al die opgeruimde gesprekken van den avond, na al de hoop en al den troost, die ik er uit had meenen te putten, gevoelde ik mij in het aangezicht van dezen grooten, helderen sterrenhemel toch weer als een moede, verdwaalde pelgrim, ik leunde met mijn kin op de hand en staarde omhoog met brandende oogen, de ziel gemarteld door een laatste crisis van twijfel, door een laatste worsteling met den ouden mensch in mij. Dat was, naar ik meende, de doodsstrijd ...

14

Sluiten