Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stille, frissche beeld van het ochtendlandschap, mijn ziel heel vervuld van het gewicht van die vraag.

Reeds in mijn slaap was het of ze met bronzen toon tot mij klonk. Nauw ontwaakt, had ze me het park ingedreven, hier naar de plek van dat raadselachtige schouwspel van eergister. En voor mijn geest zag ik nu steeds weer de donkere letters van dat woord «Veritas», dat mij nu de wijzer van een nieuwen dag scheen te zijn.

Waarheid! Wat is waarheid?

Gisteren had ik heimwee naar menschen, nu vond ik de eenzaamheid heerlijk. De zachte adem van dezen morgen stilde het zwoegen van mijn borst — hier klonk zelfs die vraag zacht. Dit plekje bij den stillen geestentempel, die bloemenmassa's, dat lichte groen, de zilverblauwe weteringen rondom, dat alles begroette mij als een vreemd, vreedzaam eiland, op welks strand de stormgolven van den nacht mij geworpen hadden — ja, het was mijn San Salvador, waar ik als een dolende Columbus de waarheid gevonden had.

Ik had met mijn reis de twijfelaars willen bewijzen, dat daar buiten, waar zij tobden, geen land was, niets dan onbegrensde grauwe zee, die den verder en verder zeilenden schipper ten slotte weer heen voerde, vanwaar hij in den geest vertrokken was: in het oude, goudrijke Indië der bekende wetenschap. Bij de spookachtig oplichtende sterren van den nacht had ik het moeten bekennen — nu in den glans van den helderen morgen moest ik het bevestigen: tusschen hier en daar lag inderdaad niet alleen de «onvruchtbare golf» van Homerus, maar een land — nog raadselachtiger dan dat Amerika van Columbus, een nieuwe wereld, van welker hemelhooge bergen misschien alles wat we als ons gebied reeds meenden te kennen, een ander aanzien zou krijgen.

Waarheid! Wat is waarheid?

Altoos zoeter, geest en gemoed steeds meer betooverend, werkte de ochtendstilte in het eenzame park op mij in. Het blaffen van den hond was verstomd, maar nu klonk uit het verre woud weer de roep van de koekoek. Aan den onmetelijken blauwen hemel dreef langzaam een enkel wolkje daarheen als een bleek, door den wind gescheurd zeil en loste zich weer op.

Een plechtige, bijna geloovig-vertrouwende stemming, die ik anders nooit in me bespeurd had, was over me gekomen.

Geloovig, — geloovig.

Sluiten