Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat voor «geloof» was er tot dusverre in mijn leven geweest?

Ik gevoelde duidelijk — hoewel met diepe verwondering — hoe deze nieuwe gedachtenwereld, die ik nu voorgoed binnengetreden was, reeds dadelijk, reeds in zijn allereerste phase van ontwikkeling, een snaar in mij deed klinken, die ik niet in 't minst in me vermoed had. Toen de graaf in zijn lang verhaal sprak van de godsdienstige motieven, die beslist hadden over zijn toetreden tot de spiritistische gedachtenwereld, had dit mij wonderlij* aangedaan.

Wat beduidde godsdienst voor mij?

Heden gevoelde ik het anders. In dit eerste uur van rustig, vorschend omzien in het nieuwe gebied, dat ik veroverd had, merkte ik zeer duidelijk dat er in mij ten opzichte hiervan een dood punt geweest was, iets wat geworsteld had om bevrijd en gewaardeerd te worden en dat alleen teruggedrongen was door de ijzeren hand van den natuurwetenschappelijk geschoolden geest.

Terwijl nu de morgenzon mij al warmer in het gelaat scheen, was het mij alsof uit een tot dusver met inspanning gesloten gehouden hoekje in mijn binnenste, iets gelukbrengends stroomde door mijn heele wezen . . . hoewel tot hier geen kerkklok doordrong, wist ik dat het heden Zondag was.

Zondag! Sinds mijn schooljaren kende mijn arbeid geen Zondag, ik werkte dien dag zoowel als op alle andere. Misschien slenterde, rookte, babbelde en dronk men Zondags ietwat meer, zoodat deze dag de leegste, de meest verloren dag der week was. Misschien was er wat meer gedrang in de trams, misschien moest men in de restauratie den drukbezigen kellner wat vaker roepen — men trok wel eens een beter pak aan om een vervelende beleefdheidsvisite te maken — men ergerde zich wel eens dat een winkel, waar men iets koopen wilde, gesloten was — dat was heel onze Zondagsviering.

Naar de kerk gaan? Was er dan nog een kerk voor het jonge geslacht, het geslacht na Kant en na Strausz? Had niet Kant met absolute logica aangetoond, dat ieder bovenzinnelijk idee, ieder begrip omtrent het wezen van het heelal volgens een onverbiddelijke wet eeuwig buiten de menschelijke hersenen gesloten bleef? Had niet de school van den eenzamen apostaat uit Zwabenland *), van den man, die zijn levenskruis gedragen had in smartelijk ontberen,

*) Strausz, de schrijver van .Das Leben Jezu"\ (Vert.)

Sluiten