Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem brengen. O, het is een charmant mensch, die monsieur Frey, we zullen koffie bij hem drinken, hij zal, — hij zal — enchanté zijn, hij mag u graag.

Wat een wonderlijke verhoudingen toch in dit spookslot! Een dier ridders van de tafelronde had dus toch zijn eigen woning buiten het heerenhuis. De kleine Parisienne leidde mij door een paar overschaduwde paden, die zóó donker en verholen daar lagen, dat men kon meenen, dat de nacht nog eens weer terugkwam. De zon was onmachtig door het dichte loover te dringen; het zand onder den voet was hier nog vochtig en week als brij uit onder den druk. Nu nog een poortje van levend groen — een ware Gordiaansche reuzenknoop — wilde rozen, hop, wilde wingerd, reusachtige witte winden en kamperfoelie saam gevlochten tot een verward kluwen, dat in den tijd der oude Germanen toereikend geweest zou zijn om als onoverkomelijke wal van een heelen ringburg te dienen. En dan, onmiddelijk tegen het water aan, een klein huis van twee verdiepingen, met een rood dak en groene vensterluiken, de gevel tot bovenaan de nesten der zwaluwen toe bedekt door een zee van goud-groene ranken en bladeren van de een of andere vreemde druivensoort. Rechts en links hieven zilverpeppels hun bladeren tot aan de roode dakpannen, en aan gene zijde van den matblauwen, inelkachtigen waterspiegel vormde het dichte elzenbosch een ondoordringbaren muur. Op het zand vóór de oude deur lag een pauw zich, behagelijk uitgestrekt, te warmen in den hellen zonneschijn. Het schitterende metaalblauw van zijn borst bracht iets opvallend pronkerigs in het eenvoudige tooneel, alsof hij meer in het bijzonder moest dienen om de verandering van het oude huisje, waaraan de oorspronkelijke bestemming van molen nog te herkennen was, in het atelier van een kleurendronken schilder aan te geven. Traag en met zijn veeren ruischend, waggelde hij op zij, toen wij den drempel naderden.

Ernestine opende de deur, die op een kier stond en trippelde voor mij uit de trap op, die vlak achter de deur bijna loodrecht omhoog ging. Een idyllisch plekje voor een man, «wiens ambacht het was, miss Lilly eeuwig af te schilderen en haar niet te treffen.» De kleine Parisienne scheen hier volkomen tehuis, ze rukte ook de kamerdeur boven open, zonder zelfs aan te kloppen.

Een geur van koffie en vernis sloeg mij tegen. Onmiddelijk daa-na zae ik het beste caricatuur van den heiligen Lukas, dai coit een goed caricatuurteeicenaar op den muur

Sluiten