Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal het hebben — binnen in zich, omdat hij niet anders kan. En vanaf het oogenblik dat hij het zeker weet, moet hij wel een ezel zijn als hij niet weet wat daar de eenige gevolgtrekking uit is.

— Onze oude strijd, zei de graaf met een prettigen glimlach, en in weerwil daarvan leven we allebei nog en dineeren 's middags zoo opgewekt als de oude Schopenhauer in de herberg te Frankfort. Ten opzichte der hoofdzaak zijn wij het toch eens, ten opzichte van Lilly.

— Nu, daar heb ik ook nooit aan getwijfeld. Met Lilly is dat ook wat anders, dat spreekt vanzelf.

Het was alsof het uitspreken alléén van den naam van het geheimzinnige wezen in dezen kring voldoende was om alle tegenstellingen te verzoenen gelijk bij den naam van God de godsdiensttwisten zwijgen. Het gesprek werd nog een pooslang voortgezet, liep nu echter over minder gewichtige dingen.

Ik moest de belofte, die ik den graaf gisteravond in de feestelijke stemming gedaan had, n.1. dat ik voorloopig bij hem zou blijven logeeren, nog eens herhalen. Ik had geen enkele geldige reden om zijn gastvrijheid af te slaan. In Berlijn was het doode seizoen op handen, ik zocht om dezen tijd toch altoos een of ander plekje buiten op, ergens een stille herbergkamer onder de wilde pijnboomen aan den Hafeloever of in het beukengroen van Rügen, waar men keel en zenuwen eens kon ontdoen van het stof der wereldstad. Wel was ik bekommerd om Thérèse. Maar de drang der omstandigheden had gemaakt dat die droevige geschiedenis reeds heel ver achter me scheen te liggen. Ik moest trouwens dezer dagen toch wel nadere berichten van haar krijgen en dan kon ik eerst beslissen hoe te doen. Alles wat liefde en vrouw heette, was heden in mij uitgebluscht voor altoos; ik dacht aan niets dan aan het nieuwe weten. De eene hartstocht verdrong den andere! Zóó ging het: om een vrouw zou men een heele wereld in het stof treden, de hersenen werden dan een ledig niets tegenover het onstuimige geweld van het hart, tegenover den ontketenden gloed der zinnen; en dan sloeg de weegschaal opeens naar de andere zijde over: de gedachte had plots met centenaarsgewicht op de schaal gedrukt; het hart werd een dwaas kindersprookje, alleen de idee had nog waarde, de erotische hartstocht verdween tegenover den intellectueelen. Ik gevoelde werkelijk iets als een groote leegte tusschen Thérèse en mij. Dat kwam zoo opeens, waarvandaan

Sluiten