Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzetten getracht had er iets bij te voegen, dat me in de stemming, waarin ik nu was, nog oneindig meer beviel. Ik zou het als een gril verworpen hebben, ware niet Lilly het object geweest — Lilly, van wie ik heden zelf geloofde dat zij in sommige oogenblikken uitstak boven alle weten en alle gelooven. Hoe langer ik naar al deze gezichten staarde, zoo meer greep mij een huivering aan, gevoelde ik hoe er in deze kunst iets grootsch, iets onbegrijpelijks lag. waaraan toch niet getwijfeld kon worden.

— Frey was reeds spiritist toen u hem leerde kennen, niet waar?

— Ja en neen, al naar men 't nemen wil. Hij was een mystieker, doch zonder theorie. Dat is bij onze vrienden hier zeer verschillend geweest. De kapitein, die onder meer de eigenschap heeft, dagelijks minstens twee deelen uit te lezen, was door de litteratuur bekeerd geworden. In Walter woelde een zekere oppositiegeest tegen de materialistische wereldbeschouwing; de gevoelige dichter en de mopperende Berlijner, die in hem staken, ontmoetten elkaar hier bij uitzondering voor één en hetzelfde doel. Bij hen beiden zit dat alles echter lang niet zoo diep als bij Frey. Toen ik hem leerde kennen, sprak hij met mij over een diep raadsel van het rhytmische, over een geheime openbaringswereld, waarin al het mechanische op zou gaan in een zalige trilling van zuivere kleuren en reine tonen. Bij zijn gewone zwijgzaamheid was het moeielijk uit hem wijs te worden, maar blijkbaar geloofde hij toen al, dat die hoogere wereld ieder oogenblik bij het echte kunstscheppen ingreep in onze geesteswereld. Dat alles was heel verward. Toen ik hem daarna op de hoogte bracht van het spiritisme, rolde zich die heele kluwen van vage gevoelens in eens op als een roos van Jericho, die in 't water komt. Lilly is voor hem beslissend geweest. Nu is hij al een jaar bezig haar trekken op het doek vast te leggen. In haar oogen legt hij zijn gansche droomenwereld. Het is reeds veel dat hij weer ergens aan schildert, weer iets nastreeft. En voor onze zaak zijn al die schetsen, of ze voltooid zijn of niet, van oneindig veel waarde, bedenk dat wel. Zoo is nu die man. Op den duur eerst zult ge hem geheel leeren waardeeren, want hij heeft een taaien bolster, onze goede vriend Frey. Maar de kern is des te beter.

We zetten al de portretten weer op hun plaats, maar ze gingen me niet meer uit den zin. Het was alsof een zwijgende geestenschaar achter ons aankwam, toen we

Sluiten