Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langzaam en zwijgend door het park naar het slot wandelden.

Het was een zwoele dag, de muggen zwermden wild in het rond. Te midden der groote stilte verhief zich het slot als een oude verlaten tempel; de zon glansde op de grillige vormen van het dak.

We betraden het studeervertrek van den graaf, waar ik toenmaals een uur van zoo wonder verwarden geestesstrijd doorgemaakt had. Maar nu scheen alles mij daar anders, lichter en vriendelijker.

Het harde blauw der rolgordijnen wierp een zachte schemering in het vertrek, over den gewitten muur naast een der ramen gleed een fonkelende streep klaar zonnegoud naar binnen. De beschreven papieren op de groote houten tafel zagen me aan als vriendelijke bekenden. Op het ijzeren ledikant, dat mij vroeger reeds getroffen had om zijn eenvoud, lag een oude, versleten reisdeken, groene pluchen bloemen op donkeren grond — een werk van de verdwenen geliefde, dacht mij.

Evenals een paar dagen geleden opende de graaf de kleine deurvan het zijvertrek, waarin zijn bibliotheek geborgen was. En opnieuw zag ik de lange, lange rijen boeken met schitterende gouden titels, van welke ik weggevlucht was als Saulus en tot welke ik als Paulus terugkwam. Het eenige, smalle venster stond open, buiten lag de groote boerderij in Zondagsrust, verderweg vormden de groen bemoste daken der stallingen een zacht fluweelen wal. Wel een uur lang zaten we bij die boekenrijen in een druk gesprek. Voor het eerst sloeg ik heden een blik in de historische grondslagen der spiritistische leer. Het begin verloor zich in den neveligen oertijd van de menschelijke beschaving, bij de naakte wilden, was ouder dan eenig godsdienststelsel. Toovenaars — wichelaars — overal mannelijke en vrouwelijke mediums. Geheime leeren aan het begin der geschiedenis, bij de oude Egyptenaren. Mozes een medium, de oudste zedeleer een openbaring langs spiritistischen weg. Uit het Oosten een overvloeiende stroom tot aan de Helleenschen geesteswereld. Eleusis — de Pythagoriërs — Plato met zijn ideeënleer. Afgescheiden daarvan worstelde in Indië de geweldigste ontplooiing, in het Boeddhisme, in de scheiding van Sansara en Nirwana. Noch dichter naderde het nieuwere Boeddhisme er toe met zijn theorie der zielsverhuizing, met zijn scheiding tusschen het onvergankelijke zielelichaam en het aardsche lijf; met zijn 'Karma», dat van

Sluiten