Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

n twee uur zaten we allen aan tafel in de groote zaal. Er heerschte een ernstige stemming, iedereen was vol verwachting en niemand had lust tot praten.

Lilly kwam met Ernestine, toen wij reeds aan tafel waren. Zij begroette ons slechts met een zwijgend knikje zonder een van ons in het bijzonder aan te zien. Noch de goede wijn, nog de goede keuken van den graaf bracht leven in het gezelschap. Lilly zelf dronk heelemaal niets. In spijt van de zorgvuldig gesloten jaloezieën was de hitte bijna ondragelijk. Meermalen vielen er groote gaten in het kwijnende gesprek. Het eentonig geluid van de messen en vorken op de borden, het af en aanloopen der bedienden, deed de stilte nog duidelijker uitkomen. Somwijlen ontmoetten de oogen van twee der aanzittenden elkaar en dan las ieder zwijgend in den ander zijn eigen gedachte: Zou het komen ?

Het slaan der klok aan de parkzijde van het slot, die vier uur aangaf, was eindelijk voor Lilly het sein tot opstaan.

De scène begon tamelijk wel op dezelfde manier als vroeger. De graaf gaf het medium den arm en ging met haar het park in; wij anderen volgden. Het was buiten stikkend heet. Pschipolniza heerschte met haar volle macht, ofschoon het middaguur al lang voorbij was. Zij schreed voor ons heen, de godin van den middag. Ik moest denken aan het jammerlijke «Ignorabimus» *) der natuurvorschers. Neen! Wij zouden wèl weten.

Weer kwamen we in de stilte der oranjerie. Heden kruiste geen vlammend zonlicht het opschrift boven de kleine deur, ernstig, donker, maar toch in de geweldige beteekenis van zijn zwijgende rede een wereld van licht

*) Wij weten niet.

Sluiten