Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkondigend, teekende zich het «Veritas/» in zwarte letteren af op den beschaduwden wand. En het was mij of de eenvoudige zolder omhoog rees en zich onmetelijk hoog uitstrekte als de stralende koepel van den St.-Pieter in Rome, waarin ik — ongeloovig als ik toen was — toch eens overweldigend op mij had voelen inwerken de huivering van het bovenzinlijke, alle gewemel der eeuwen overheerschende, terwijl mijn oog in een onafzienbare zee van goud en blauw onafgewend staarde naar de reuzenletters van het «7"u es Petrus», waarover ook daar trillende lichtstrooken fladderden, hel en triomfeerend als zichtbare heirlegers der onzichtbare idee, onder wier vlammengloed de heele aardrots opvonkelde en een gloeiende reflex terugwierp naar boven, naar den verren hemel.

Dat was voorzeker geen stemming voor koel waarnemen. Eerst toen de graaf iets tot mij zeide, kwam ik vanzelf weer tot bezinning van wat om mij was.

Er was in de hal maar weinig veranderd. Dicht bij de zijdeur, maar toch nog tamelijk ver van den muur af, stond een groote, rood-pluchen armstoel, waarin Lilly dadelijk na het binnenkomen neerviel met een uitdrukking van de uiterste uitputting.

De groene speeltafel werd met den smallen kant daar dichtbij geschoven. Op het met laken overtrokken blad lagen een paar vellen gewoon schrijfpapier en een scherp gepunt potlood.

De graaf gaf een korte uiteenzetting van wat naar miss Lilly's verklaring te verwachten was. De geest, die zooals te voorzien was op Lilly's hersenen zou inwerken, stond niet zoo binnen haar bereik, dat een opsluiten in het kabinet vereischt werd en hallucinaties in de toeschouwers opgewekt konden worden. Men moest zich tevreden stellen met niet-rechtstreeksche werkzaamheid van de vreemde geestkracht, die van de onzichtbare hersenen uit de spieren der hand bij het schrijven zou beïnvloeden. Wat Lilly in haar mystieken slaap op de met luider stemme gedane vragen zou opschrijven, kon als een rechtstreeksch antwoord gelden van den vreemden geest, die aan de séance mee zou werken, welke geest door Lilly's oor de vragen hoorde en ze door Lilly's hand beantwoordde, zonder dat Lilly's eigen denkapparaat, in narcose verzonken, daaraan eenig aandeel had.

De zaak was zeer gecompliceerd en de graaf voegde er zelf aan toe, dat voor een niet geloovige bij deze proef-

Sluiten