Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewegingen langzamerhand steeds meer op den rechterarm. Met een kracht, dat het papier van de onderlaag ervan ritselde, klemden de vingers zich opeens om het potlood. Onmiddelijk daarna werd de heele arm omhooggeheven en zweefde licht, zenuwachtig trillend vrij over de witte vellen. Doch ieder oogenblik schommelde hij rechts of links over de grenzen van het papier heen — precies alsof de corrigeerende invloed van het ziende oog aan de besturende macht in de hersenen ontbrak.

— Nu! zei de graaf. — Nu kunnen we vragen, hij zal antwoorden.

Wat zou men vragen?

De graaf boog dicht naar het oor van het medium en zei zeer luid: — Wilt u ons een antwoord schrijven?

Een oogenblik trilde de hand nog doelloos boven het papier juist als tevoren. Doch ze naderde het papier en toen haar onderkant het aanraakte, zonk ze er aanstonds zwaar op neer. De vingers kromden zich — geheel in tegenstelling met Lilly's slanke penvoering — het potlood raakte het papier ook en schreef. Een toeval wilde dat er op het tafelvlak helderder licht viel dan op het lichaam van de slapende in den stoel, en zoo ontstond het optisch bedrog dat de schrijvende rechterhand een levendiger kleur had dan het gezicht en de linkerhand. Daar zij tevens alleen nog maar bezield scheen, kreeg men het idee alsof alles wat er nog aan leven was in dit dood-schijnende, slappe menschenlichaam in haar teruggetrokken was, ze scheen los van het geheel, werkelijk een soort gematerialiseerde menschenhand, die tegelijk orgaan was en denkende hersenen bevatte.

Toen de beschaduwde plek vrij kwam, lazen we met eenige inspanning:

— Ja, antwoorden, maar moet luider spreken daar slechts moeite verstaan kan.

De letters waren klein en hoogst onduidelijk. De regels stonden schuin naar onderen, enkele lettergrepen zóó in elkaar verward, dat ze slechts met moeite ontcijferd konden worden. Het geheel zag er uit als een bijna onleesbaar, uiterst fijn geleerdenhandschrift, dat misschien nog door bijzondere zwakheid in de armspieren de goede leiding miste.

Ik dacht dat de graaf nu wel de vraag zou stellen, wiens geest we voor ons hadden. Doch het leek alsof hij uit vroegere pogingen wist dat het geen resultaat gaf dien

Sluiten