Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontzaggelijke siieeuwwildernis, waarboven noodzakelijker wijze bijna geen dampkring meer zijn kan, terwijl die over de voor ons onzichtbare andere helft zooveel dichter heen moet liggen.

Het antwoord helderde dit, zich aansluitend aan Hansen, nader op. De reuzenberg, waardoor de heele eene maanhelft als een ontzaggelijke bult vooruitstak, was inderdaad geheel en al hol, een reusachtige blaas, die op duizend plaatsen gebarsten was, zonder toch geheel ineen te vallen. De versteende, gescheurde, door het uitbreken van het gas reeds in den oertijd millioenen malen doorboorde wand van de blaas nu was dat, wat wij de maanoppervlakte noemden. De andere zijde leek daar in 't minst niet op. Daar was een dampkring en water, daar was een uiterst eigenaardige plantengroei. Deze plantengroei had zich ontwikkeld naar dezelfde wetten als de aardsche, maar was toch niet verder gekomen dan bepaalde eenvoudige, onveranderlijke typen, een tapijt van plantaardige organismen, dat in veel opzichten deed denken aan de reusachtige plantentapijten, welke de Noord-Aziatische steppen karakteriseeren.

Deze toelichtingen vulden een heel blad foliopapier. Veel ervan was met den besten wil niet leesbaar. De regels waren ongelijk lang en verliepen niet zelden op het tafelblad. Enkele kleinigheden in dat schrift waren zeer opvallend. Heele woorden waren zonder eenige noodzakelijkheid achterover geschreven, als vergat de schrijvende geest zoo nu en dan de richting. Niet alleen stonden tusschen de Duitsche letters nu en dan Latijnsche, maar zelfs Grieksche en zelfs stond één lang woord heelemaal in Hebreeuwsche karakters. Een andermaal stond voor ♦ dag» de Grieksche uitdrukking «hemera*, doch deze juist met Duitsche letters. Herhaaldelijk vielen niet alleen woorden, maar zelfs heele brokstukken van zinnen weg, als bij een slechte drukproef. Wanneer er voor ons nog een laatste bewijs noodig geweest ware dat niet Lilly's geest dit handschrift bestuurde, dan ware het dit vreemde verschijnsel geweest. Toen de graaf een paar maal een vraag naar détails deed, die telkens slechts met enkele woorden te beantwoorden was, kwam een van die kleine zinnen voor den dag in onderstboven staand schrift en toen de kapitein van zijn plaats aan het andere eind van de tafel af, den zin wilde voorlezen, bleek dat hij van rechts naar links geschreven was. Hij begon met een getal — wellicht voor

Sluiten