Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zou ons een krankzinnige toegeschenen hebben, die in dit oogenblik, nu in aller oog het schitterendste vuur vlamde der overwinnende ideeën, der met dolle vermetelheid bevochten overtuiging,— die nu tot ons gezegd zou hebben: echte vooruitgang van het weten is geen tooneelspel; gij, die u met champagne over den laatsten twijfel in uw borst heenliegt, gij bevordert den vooruitgang niet.

En toch was, naar ik geloof, in ons allen iets als zulk een stem — een heel zachte stem nog, een wegklinkende stem in ons binnenst, als de vermanende roep in de kerkerscène van Faust, maar die er toch was. Iets dat inderdaad de champagne sneller deed opslurpen om beneveld te worden. En te midden van al het vuur der begeestering, midden onder al de mooie, hoogdravende woorden, die de graaf ook nu weer wist te vinden, trilde, heel, heel zacht, eep snaar van hoogere, leidende waarheid mee, toen dat woord kwam van de ijswoestijn der pool, waar we stonden, van het onwisse van den terugtocht, die ons misschien nog allen het leven zou kosten, al stond onzen vaan op de pool...

Toen we de glazen geleegd en neergezet hadden, ontstond er korte, drukkende pauze. Ieder zag een poos zwijgend vóór zich, de een verschoof zijn glas, een ander trommelde op de leuning van zijn stoel, weer een ander streek langzaam over zijn haren, als wilde hij iets van zich afstrijken, dat hij alleen meende te gevoelen, doch dat in waarheid in ons allen was. Het was slechts een oogenblik en het ging voorbij.

De glazen werden weder gevuld en een levendig gesprek ontspon zich. Maar midden op tafel lagen, groot, wit en zwijgend, de bladen papier met het geestesschrift. En het was soms alsof den een of den ander plotseling het vroolijke woord op de lippen bestierf, zijn oog bleef dan een seconde peinzend staren naar het raadselachtige-raadselsoplossende document.

Een druppel champagne was erop gespat. En men wist niet of de kilte, die midden van de tafel uit in de heete gezichten woei, opsteeg uit het ijsblok in den champagnekoeler, dan wel uit het koude, harde wit van het papier, dat daarnaast lag.

Sluiten