Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het woud was het koeler, in den adem van den moerassigen bodem zweefde ook overdag nog iets van den geest van den Erlkönig, die hier 's nachts wel zijn wild spel zou spelen. Maar was dit wel een woud? Ik twijfelde daaraan; ik had nog nooit zooiets gezien. Groote open plekken tusschen de eene groep elzen en de andere, maar waarboven men toch het blauw van den hemel slechts raden kon, daarboven de veruitgerekte takken een dicht, groen weefsel vormden, dat weer op de naaldscherpe, roodachtige biezen beneden zulk een overvloedig smaragden licht wierp, als spiegelde de hemel zich af in een oeverloos meer. De rijweg werd al spoedig moerassig. Zwermen muggen gonsden op uit de vochtige greppels. Een smalle waterloop dook plotseling op uit het gebladerte en een brug voerde daar overheen. Ik had lust nog dieper door te dringen in dit betooverde bosch, waar zeker een Doornroosje sliep. Zonder me om de richting te bekommeren, sloeg ik een voetpad links in. De mosgeur werd nog betooverender, lange zonnestrepen wemelden schuin in het elzenloof. De moerassige grond ging elastisch op en neer onder mijn tred. Iedere elzengroep, die ik tot dusver alleen nog maar op eenigen afstand gezien had, bleek nu een ontzaggelijke kegel van slingerplanten te zijn, waarin de vijf of zes, aan éénzelfden wortel ontsproten stammen geheel verborgen waren.

Nu werd het opeens donkerder, het woud kreeg een ander karakter. Boven dikke fluweelen mostapijten welfde zich in grauw, spookachtig duister als een ontzaggelijke, voor het blauw van den hemel omhoog gestapelde bundel rijshout, de doode verwarring van een door de rupsen vernielde eikenaanplanting. Duizend naakte, met mos bekleedde, als tonder voor een allesvernielenden boschbrand opgehoopte skeletten, een huiveringwekkend plantenkerkhof, dat een stomme vermaning leek wat er overblijft van al dat groene leven, wanneer plots een ziekte daarin woedde en de bloeiende vormen midden in hun bestaan versteende. Skeletten, die nog omhoog stonden, hoewel het leven eruit ontvloden was ... ook dat leek een beeld van de menschenwereld in de groote steden.

Het was een verlossing toen dit Gorgonengelaat van mij week en tusschen vriendelijk, licht beukenloof een nieuw, jong groen weidedal voor mijn blik verscheen.

Ik dacht dat nu een of ander breed water zonder brug aan mijn wandeling wel van zelf een einde zou maken. Waarschijnlijk hield hier het grafelijk domein op. Maar

Sluiten