Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bet voetpad slingerde verder de zachtglanzende weide in. Tegenover mij verrezen roode pannendaken en ook een van die ruige rietdaken; de huizen lagen op de helling, daarachter wuifde het koren op den rug van den heuvel, waarboven ook nog de wieken van een reeds op de andere helling staanden windmolen zichtbaar werden.

Geen geluid verried leven in het dorp. Trouwens van nabij gezien was het ook niet meer dan een groep toevallig dicht bij elkaar liggende boerderijen. De vaalgrijze kleur van den horizon was in de korte spanne, dat het bosch mij het uitzicht belet had, snel omhoog gekomen. Alles wees op een naderend onweer en ware ik in bedachtzamer stemming geweest, dan ware ik stellig teruggekeerd. Maar het was misschien nog een laatste rest van den champagneroes, die mij tot verdergaan deed besluiten. Ik stak een sigaar aan en slenterde op mijn gemak den heuvel op.

Ik had het idee dat dit raadselachtige land, dat zoo weinig leek op alle andere mij bekende streken, achter dezen aardwal nog weer iets heel nieuws en heel bijzonders aan mijn oog zou vertoonen. In geval het onweder losbrak, kon ik desnoods nog altoos in een dier boerderijen een onderkomen zoeken.

Het voetpad eindigde onmiddelijk tusschen de huizen.

Ik boog om een klein tuintje, waar bloedroode Pinksterrozen bloeiden en een mengsel hing van betooverenden bloemengeur en de lucht van mest en stroo. Appelboomen welfden zich aan beide zijden over den weg. Toen mijn voetstap in het dorre gras ritselde, sloeg een hond aan, een kleine, nijdige keffer, doch verder bewoog zich geen levend wezen. De dorpsstraat was breed, uitgereden en vuil, hier en daar was tusschen de huizen een instorting van geel zand, dat schril afstak tegen den al zwarter en zwarter dreigenden horizon erboven.

Ik bleef even staan en keek om mij heen. De aaneenschakeling van vreemde en bijna onbegrijpelijke omstandigheden heeft dit oogenblik later tot een voor mij gewichtig gemaakt. Nu prentte zich alleen een landschapsbeeld zonder bijzondere bekoring in mijn geest.

In deze seconde sloeg uit de verre wolken een bliksemstraal neer en de mat-lichtende, nog heel ver verwijderde zigzaglijn verdween juist achter een der daken. Onwillekeurig moest ik er aan denken, dat deze weinige hoogliggende huizen heel sterk blootgesteld moesten zijn aan het gevaar van den bliksem, dat het riet van dat eene dak en de

Sluiten